Art. 9, Algemene verantwoordelijkheden van de nationale regelgevende instanties
1. De nationale regelgevende instanties bevorderen en garanderen in het belang van alle gebruikers adequate interconnectie, waarbij zij hun verantwoordelijkheden zodanig uitoefenen dat maximale economische efficiëntie wordt bereikt en de eindgebruikers maximaal profijt trekken. De nationale regelgevende instanties houden met name rekening met:
- de noodzaak voor bevredigende eind-tot-eindcommunicatie voor gebruikers zorg te dragen;
- de noodzaak de totstandkoming van een door concurrentie gekenmerkte markt te bevorderen;
- de noodzaak om te zorgen voor de eerlijke en behoorlijke ontwikkeling van een geharmoniseerde Europese telecommunicatiemarkt;
- de noodzaak om samen te werken met hun tegenhangers in andere lidstaten;
- de noodzaak de totstandkoming en ontwikkeling van transeuropese netwerken en diensten, de interconnectie van nationale netwerken en de interoperabiliteit van diensten, en de toegang tot dergelijke netwerken en diensten te bevorderen;
- de beginselen van niet-discriminatie (met inbegrip van gelijke toegang) en evenredigheid;
- de noodzaak de universele dienstverstrekking in stand te houden en te ontwikkelen.
2. Algemene voorwaarden die van tevoren door de nationale regelgevende instantie worden vastgesteld, worden overeenkomstig artikel 14, lid 1, gepubliceerd.
In het bijzonder met betrekking tot de interconnectie tussen organisaties die in bijlage II zijn vermeld,
- kunnen de nationale regelgevende instanties ex ante voorwaarden vaststellen voor de gebieden die zijn opgesomd in bijlage VII, deel 1;
- dienen de nationale regelgevende instanties te bevorderen dat in de interconnectieovereenkomsten de in bijlage VII, deel 2, vermelde onderwerpen worden bestreken.
3. Bij het nastreven van de in lid 1 vermelde doeleinden mogen de nationale regelgevende instanties te allen tijde op eigen initiatief optreden, en dienen zij zulks te doen indien een der partijen daarom verzoekt, teneinde aan te geven welke onderwerpen in een interconnectieovereenkomst dienen te worden opgenomen of specifieke voorwaarden vast te stellen waaraan door een of meer partijen bij een dergelijke overeenkomst moet worden voldaan. De nationale regelgevende instanties mogen in uitzonderlijke gevallen eisen dat in reeds gesloten interconnectieovereenkomsten wijzigingen worden aangebracht, voorzover dit gerechtvaardigd is om daadwerkelijke mededinging en/of interoperabiliteit van diensten voor gebruikers te waarborgen.
De voorwaarden die door de nationale regelgevende instantie worden gesteld, mogen onder meer betrekking hebben op voorwaarden waarmee wordt beoogd daadwerkelijke mededinging te bevorderen, op technische voorwaarden, op tarieven, op leverings- en gebruiksvoorwaarden, op voorwaarden betreffende de overeenstemming met relevante normen, op overeenstemming met essentiële eisen, op milieubscherming en/of op het behoud van de eind-tot-eindkwaliteit van de dienst.
De nationale regelgevende instantie mag ook te allen tijde op eigen initiatief dan wel op verzoek van een der partijen termijnen stellen waarbinnen de interconnectieonderhandelingen moeten zijn voltooid. Wanneer binnen de gestelde termijn geen overeenkomst wordt bereikt, neemt de nationale regelgevende instantie stappen om een overeenkomst tot stand te brengen volgens de procedures die zijzelf heeft vastgesteld. De procedures moeten ter inzage voor het publiek zijn overeenkomstig artikel 14, lid 2.
4. Wanneer een organisatie die gerechtigd is openbare telecommunicatienetwerken of algemeen beschikbare telecommunicatiediensten te verstrekken, interconnectieovereenkomsten met anderen aangaat, heeft de nationale regelgevende instantie het recht elk van die interconnectieovereenkomsten in haar geheel te toetsen.
5. Bij interconnectiegeschillen tussen organisaties in een lidstaat neemt de nationale regelgevende instantie van die lidstaat, op verzoek van een der partijen, de nodige stappen om het geschil binnen zes maanden na indiening van het verzoek te beslechten. Bij de beslechting van het geschil moet een billijk evenwicht gevonden worden tussen de legitieme belangen van beide partijen.
Daarbij houdt de nationale regelgevende instantie onder meer rekening met:
- de belangen van de gebruikers,
- aan de partijen opgelegde reglementaire verplichtingen of beperkingen,
- de wenselijkheid het aanbod van innovatieve oplossingen op de markt te stimuleren en de gebruikers een breed scala van telecommunicatiediensten op nationaal en Gemeenschapsniveau te bieden,
- de beschikbaarheid van andere, technisch en commercieel levensvatbare oplossingen voor de aangevraagde interconnectie,
- de wenselijkheid te zorgen voor overeenkomsten betreffende gelijke toegang,
- de noodzaak de integriteit van het openbaar telecommunicatienetwerk en de interoperabiliteit van diensten in stand te houden,
- de aard van de aanvraag in verhouding tot de middelen die ter voldoening aan de aanvraag beschikbaar zijn,
- de relatieve marktposities van de partijen,
- het algemeen belang (bijvoorbeeld milieubescherming),
- de bevordering van de mededinging,
- de noodzaak een universele dienst in stand te houden.
Het besluit van de nationale regelgevende instantie dienaangaande wordt overeenkomstig de nationale procedures voor het publiek beschikbaar gesteld. Het besluit dient voor de betrokken partijen uitvoerig met redenen te worden omkleed.
6. In het geval van organisaties die gerechtigd zijn openbare telecommunicatienetwerken en/of algemeen beschikbare telecommunicatiediensten te verstrekken en die nog geen interconnectie van hun faciliteiten tot stand hebben gebracht, kunnen de nationale regelgevende instanties overeenkomstig het beginsel van evenredigheid en in het belang van de gebruikers, als uiterste maatregel van de betrokken organisaties eisen dat zij interconnectie van hun faciliteiten tot stand brengen teneinde essentiële openbare belangen te beschermen, en in voorkomend geval interconnectievoorwaarden vaststellen.