Art. 8 Richtlijn 97/33/EG, Scheiding van boekhoudingen en financiële verslaglegging
1. De lidstaten eisen van organisaties die openbare telecommunicatienetwerken of algemeen beschikbare telecommunicatiediensten verstrekken en die in dezelfde of in een andere lidstaat over bijzondere of uitsluitende rechten voor dienstverstrekking in andere sectoren beschikken, dat zij voor de telecommunicatieactiviteiten een gescheiden boekhouding voeren, in dezelfde mate als vereist zou zijn wanneer de betrokken activiteiten door juridisch onafhankelijke ondernemingen zouden worden verricht, dan wel dat zij een structurele scheiding voor de telecommunicatieactiviteiten doorvoeren, teneinde alle kosten en inkomsten, met de daarvoor gebruikte berekeningsgrondslag en de gedetailleerde toewijzingsmethoden, aan te geven die verband houden met hun telecommunicatieactiviteiten, met inbegrip van een puntgewijs overzicht van de vaste activa en structurele kosten.
De lidstaten kunnen afzien van de toepassing van de in de voorgaande alinea genoemde eisen op deze organisaties indien hun jaaromzet in telecommunicatieactiviteiten in de Gemeenschap onder de in bijlage VI, deel 1, genoemde grens ligt.
2. De lidstaten eisen van organisaties die de in bijlage I, delen 1 en 2, genoemde openbare telecommunicatienetwerken en/of algemeen beschikbare telecommunicatiediensten exploiteren en door de nationale regelgevende instantie als beschikkend over een aanmerkelijke macht op de markt zijn aangemeld, en die openbare telecommunicatienetwerken en/of telecommunicatiediensten verstrekken die voor gebruikers beschikbaar zijn en tevens interconnectiediensten aan andere organisaties aanbieden, dat zij gescheiden boekhoudingen voeren voor enerzijds hun met interconnectie verband houdende activiteiten - waaronder zowel intern verrichte als voor anderen verrichte interconnectiediensten vallen - en anderzijds hun andere activiteiten, teneinde alle kosten en inkomsten, met de daarvoor gebruikte berekeningsgrondslag en de gedetailleerde toewijzingsmethoden, aan te geven die verband houden met hun interconnectieactiviteit, met inbegrip van een puntgewijs overzicht van de vaste activa en structurele kosten.
De lidstaten kunnen afzien van de toepassing van de in de voorgaande alinea genoemde eisen op deze organisaties indien hun jaaromzet in telecommunicatieactiviteiten in de lidstaten onder de in bijlage VI, deel 2, genoemde grens ligt.
3. Organisaties die openbare telecommunicatienetwerken en/of algemeen beschikbare telecommunicatiediensten verstrekken, dienen hun nationale regelgevende instanties op aanvraag onverwijld en tot het vereiste niveau van gedetailleerdheid van financiële informatie te voorzien. De nationale regelgevende instanties mogen deze informatie publiceren, in zoverre zulks tot een open, door concurrentie gekenmerkte markt bijdraagt, mits met het aspect van de commerciële vertrouwelijkheid rekening wordt gehouden.
4. De financiële verslagleggingen van organisaties die openbare telecommunicatienetwerken of algemeen beschikbare telecommunicatiediensten verstrekken, moeten opgesteld worden en aan een onafhankelijke verificatie onderworpen worden en gepubliceerd worden. De verificatie wordt uitgevoerd in overeenstemming met de relevante regels van de nationale wetgeving.
De eerste alinea is ook van toepassing op de volgens de leden 1 en 2 vereiste gescheiden boekhoudingen.