Art. 10 Richtlijn 97/33/EG, Essentiële eisen
Onverminderd artikel 3, lid 5, en artikel 5, lid 3, van Richtlijn 90/387/EEG zijn de essentiële eisen in artikel 3, lid 2, van die richtlijn voor de toepassing van onderhavige richtlijn als hieronder aangegeven in de punten a) tot en met d) van toepassing op de interconnectie met openbare telecommunicatienetwerken en/of algemeen beschikbare telecommunicatiediensten.
Indien de nationale regelgevende instantie in interconnectieovereenkomsten voorwaarden oplegt die op essentiële eisen berusten, worden die voorwaarden gepubliceerd overeenkomstig artikel 14, lid 1.
a) Veiligheid van de netwerkexploitatie: de lidstaten treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de beschikbaarheid van de openbare telecommunicatienetwerken en algemeen beschikbare telecommunicatiediensten behouden blijft bij het uitvallen van het netwerk als gevolg van een ramp of in een uitzonderlijk geval van overmacht, zoals extreme weersomstandigheden, aardbeving, overstroming, blikseminslag of brand.
In dergelijke omstandigheden stellen de betrokken lichamen alles in het werk om de dienst op het hoogste niveau in stand te houden om te voldoen aan door de bevoegde nationale autoriteiten gestelde prioriteiten.
De noodzaak aan deze eisen te voldoen vormt geen geldige reden om onderhandelingen over interconnectievoorwaarden af te wijzen.
Tevens draagt de nationale regelgevende instantie er zorg voor dat eventuele interconnectievoorwaarden met betrekking tot de veiligheid van netwerken ten aanzien van het risico op ongevallen evenredig en niet-discriminerend van aard zijn en op van tevoren omschreven objectieve criteria worden gebaseerd.
b) Behoud van de netwerkintegriteit: de lidstaten treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de integriteit van de openbare telecommunicatienetwerken behouden blijft. De noodzaak om de netwerkintegriteit te vrijwaren vormt geen geldige reden om onderhandelingen over interconnectievoorwaarden af te wijzen. De nationale regelgevende instantie draagt er zorg voor dat eventuele interconnectievoorwaarden met betrekking tot de bescherming van de netwerkintegriteit evenredig en niet-discriminerend van aard zijn, en op van tevoren omschreven objectieve criteria worden gebaseerd.
c) Interoperabiliteit van diensten: de lidstaten mogen in interconnectieovereenkomsten voorwaarden opleggen teneinde de interoperabiliteit van de diensten te garanderen, met inbegrip van voorwaarden waarmee wordt beoogd een bevredigende eind-tot-eindkwaliteit te garanderen. Dergelijke voorwaarden kunnen de toepassing van specifieke technische normen of specificaties of door de economische actoren overeengekomen gedragscodes inhouden.
d) Gegevensbescherming: de lidstaten mogen in interconnectieovereenkomsten voorwaarden opleggen, teneinde de gegevensbescherming te garanderen, voorzover zulks noodzakelijk is om te voldoen aan de relevante regelgeving betreffende de bescherming van gegevens, met inbegrip van de bescherming van persoonsgebonden gegevens, de vertrouwelijkheid van verwerkte, verzonden of opgeslagen informatie, en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een en ander in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht.