Art. 1 Richtlijn 97/9/EG
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. "beleggingsonderneming": een beleggingsonderneming als omschreven in artikel 1, punt 2, van Richtlijn 93/22/EEG
- die overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 93/22/EEG vergunning heeft gekregen, of
- die overeenkomstig Richtlijn 77/780/EEG (7) en Richtlijn 89/646/EEG (8) van de Raad als kredietinstelling een vergunning heeft gekregen die een of meer van de op de lijst in de bijlage, deel A, bij Richtlijn 93/22/EEG voorkomende beleggingsdiensten bestrijkt;
2. "beleggingsverrichtingen": beleggingsdiensten als omschreven in artikel 1, punt 1, van Richtlijn 93/22/EEG, alsmede de dienst vermeld in de bijlage, deel C, punt 1, bij die richtlijn;
3. "instrumenten": de instrumenten vermeld in de bijlage, deel B, bij Richtlijn 93/22/EEG;
4. "belegger": een persoon die in verband met beleggingsverrichtingen geld of instrumenten aan een beleggingsonderneming heeft toevertrouwd;
5. "bijkantoor": een bedrijfszetel die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een beleggingsonderneming en die beleggingsdiensten verricht waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft gekregen; verscheidene bedrijfszetels in een zelfde lidstaat van een beleggingsonderneming met hoofdkantoor in een andere lidstaat worden beschouwd als één enkel bijkantoor;
6. "gemeenschappelijke beleggingsverrichting": een beleggingsverrichting voor rekening van twee of meer personen of ten aanzien waarvan twee of meer personen rechten hebben, welke met de handtekening van een of meer van die personen kunnen worden uitgeoefend;
7. "bevoegde autoriteiten": de autoriteiten als omschreven in artikel 22 van Richtlijn 93/22/EEG; in voorkomend geval kan het ook de autoriteiten betreffen als omschreven in artikel 1 van Richtlijn 92/30/EEG van de Raad van 6 april 1992 inzake toezicht op kredietinstellingen op geconsolideerde basis (9).