Art. 1 Verordening (EG) nr. 717/96

Verordening (EG) nr. 717/96

1. De bevoegde autoriteiten in respectievelijk België, Frankrijk en Nederland worden gemachtigd tot het aankopen van runderen die op 20 maart 1996 ten hoogste zes maanden oud waren, die op die datum verbleven op een op het grondgebied van respectievelijk België, Frankrijk of Nederland gelegen bedrijf, en die door een producent voor verkoop worden aangeboden, voor zover die producent kan bewijzen dat het betrokken dier in het Verenigd Koninkrijk is geboren.

2. De in lid 1 bedoelde dieren worden gedood in speciaal daartoe aangewezen slachthuizen. Indien de huid wordt verwijderd, worden de kop, de inwendige organen en de karkassen van een blijvend merkteken voorzien. Het gemerkte materiaal of de gehele dieren worden in verzegelde containers vervoerd naar speciaal gemachtigde verbrandingsinstallaties of destructiebedrijven om daar op zodanige wijze te worden verwerkt dat niets ervan nog in de handel kan worden gebracht. Van de hierboven bedoelde dieren mag niets in de voedselketen voor mens of dier komen, noch worden gebruikt voor kosmetische of farmaceutische produkten. Een vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van respectievelijk België, Frankrijk of Nederland is permanent in de hierboven bedoelde slachthuizen aanwezig om op de werkzaamheden toe te zien.

In afwijking van het bepaalde in de eerste alinea:

- kunnen de bevoegde autoriteiten in België, Frankrijk en Nederland toestaan dat een dier op het bedrijf wordt geslacht, wanneer zulks in verband met het welzijn van het dier noodzakelijk is;

- behoeven de huiden van de in lid 1 bedoelde dieren niet te worden gemerkt of vernietigd, op voorwaarde dat zij zó worden behandeld dat zij alleen nog voor de lederproduktie kunnen worden gebruikt.

3. In de in lid 2 bedoelde slachthuizen zijn een zodanige organisatie en werking vereist dat wordt gegarandeerd dat:

- geen enkel rund waarvan bij het slachten verkregen produkten bestemd zijn voor menselijke of dierlijke consumptie, aanwezig is in het slachthuis wanneer daar dieren worden geslacht in het kader van deze regeling, of in de stallingen van het slachthuis wanneer daar dieren verblijven die in het kader van deze regeling moeten worden geslacht;

- produkten die afkomstig zijn van in het kader van deze regeling geslachte dieren, niet worden opgeslagen in voorzieningen die worden gebruikt voor de opslag van vlees of andere voor menselijke of dierlijke consumptie bestemde produkten.

4. De bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat:

- verricht de noodzakelijke administratieve controles en controles ter plaatse op de in de leden 2 en 3 bedoelde werkzaamheden, en

- controleert deze werkzaamheden aan de hand van frequente en onaangekondigde controlebezoeken, waarbij er met name wordt op toegezien dat al het materiaal ook werkelijk is vernietigd.

De resultaten van deze controles worden ter beschikking gesteld van de Commissie indien deze daarom verzoekt.

5. Indien het aantal dieren dat voor verkoop en vernietiging wordt aangeboden, de verwerkingscapaciteit in de betrokken Lid-Staat overtreft, kan de bevoegde autoriteit beperkingen vaststellen ten aanzien van de mate waarin van deze regeling gebruik kan worden gemaakt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen