Art. 7, Verbetering van de luchtkwaliteit
Algemene eisen
1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de grenswaarden worden nageleefd.
2. Voor de maatregelen ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn geldt het volgende:
a) er moet rekening worden gehouden met een geïntegreerde aanpak voor de bescherming van lucht, water en bodem;
b) de communautaire wetgeving inzake de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers op het werk mag niet worden overtreden;
c) zij mogen geen significante negatieve gevolgen hebben voor het milieu in de andere Lid-Staten.
3. De Lid-Staten stellen actieplannen op, waarin wordt vermeld welke maatregelen bij een dreigende overschrijding van de grenswaarden en/of de alarmdrempels op korte termijn moeten worden genomen om het risico van overschrijding te verkleinen en de duur ervan te beperken. Al naar gelang van het geval behelzen deze plannen controlemaatregelen en, zo nodig, schorsing van de activiteiten die bijdragen tot overschrijding van de grenswaarden, met inbegrip van het gemotoriseerde verkeer.