Art. 6 Richtlijn 96/62/EG, Beoordeling van de luchtkwaliteit

Richtlijn 96/62/EG

1. Wanneer de grenswaarden en alarmdrempels zijn vastgesteld, wordt de luchtkwaliteit op het gehele grondgebied van de Lid-Staten beoordeeld overeenkomstig dit artikel.

2. Overeenkomstig de criteria van artikel 4, lid 3, en voor de betrokken verontreinigende stoffen uit hoofde van de bepalingen van dat lid, zijn de metingen in de volgende zones verplicht:

- de agglomeraties zoals omschreven in artikel 2, punt 10,

- de zones waar de niveaus tussen de grenswaarden en de in lid 3 bepaalde niveaus liggen, en

- de andere zones waar de niveaus hoger dan de grenswaarden liggen.

De voorgeschreven metingen kunnen met op modellen gebaseerde technieken worden aangevuld ter verkrijging van de nodige informatie over de luchtkwaliteit.

3. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit kan een combinatie van metingen en modellen worden gebruikt wanneer de niveaus over een representatieve periode lager liggen dan een beneden de grenswaarde liggend niveau dat moet worden vastgelegd volgens de in artikel 4, lid 5, bedoelde bepalingen.

4. Wanneer de niveaus lager liggen dan een volgens de in artikel 4, lid 5, bedoelde bepalingen vast te leggen niveau, is het toegestaan om voor de beoordeling van de niveaus uitsluitend technieken op basis van modellen of objectieve ramingen te gebruiken. Deze bepaling geldt ten aanzien van de agglomeraties niet voor de verontreinigende stoffen waarvoor alarmdrempels zijn vastgesteld in de bepalingen bedoeld in artikel 4, lid 5.

5. Wanneer verontreinigende stoffen moeten worden gemeten, gebeurt dit op vaste plaatsen, continu dan wel steekproefsgewijs; het aantal metingen dient voldoende te zijn om de waargenomen niveaus te kunnen vaststellen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen