Art. 18 Richtlijn 96/61/EG, Communautaire emissiegrenswaarden
1. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad volgens de bij het Verdrag vastgestelde procedures emissiegrenswaarden vast voor
- de in bijlage I bedoelde categorieën van installaties met uitzondering van stortplaatsen, bedoeld in de categorieën 5.1 en 5.4 van die bijlage en
- de in bijlage III bedoelde verontreinigende stoffen
waarvoor de noodzaak van een Gemeenschapsoptreden geconstateerd is, met name op grond van de in artikel 16 bedoelde informatie-uitwisseling.
2. Waar geen ingevolge deze richtlijn vastgestelde communautaire emissiegrenswaarden bestaan, gelden de relevante emissiegrenswaarden zoals vastgesteld in de in bijlage II genoemde richtlijnen en de andere Gemeenschapsvoorschriften voor de in bijlage I vermelde installaties als minimaal vereiste emissiegrenswaarden uit hoofde van deze richtlijn.
Behoudens de bepalingen van deze richtlijn worden voor de stortplaatsen, bedoeld in de categorieën 5.1 en 5.4 van bijlage I , de geldende technische voorschriften door de Raad op voorstel van de Commissie vastgesteld overeenkomstig de procedures van het Verdrag.