Art. 13 Richtlijn 96/61/EG, Toetsing en bijstelling van de vergunningsvoorwaarden door de bevoegde autoriteit
1. De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de vergunningsvoorwaarden geregeld toetsen en zo nodig bijstellen.
2. Toetsing vindt in ieder geval plaats als:
- de door de installatie veroorzaakte verontreiniging van dien aard is dat de bestaande emissiegrenswaarden in de vergunning gewijzigd of nieuwe emissiegrenswaarden opgenomen moeten worden;
- belangrijke veranderingen in de beste beschikbare technieken een significante beperking van de emissies zonder buitensporige kosten mogelijk maken;
- bedrijfsveiligheid van het proces of de activiteit de toepassing van andere technieken vereist;
- nieuwe wettelijke bepalingen van de Gemeenschap of de Lid-Staat zulks vereisen.