Art. 20 Richtlijn 96/61/EG, Overgangsbepalingen
1. Het bepaalde in Richtlijn 84/360/EEG, de artikelen 3 en 5, artikel 6, lid 3 en artikel 7, lid 2, van Richtlijn 76/464/EEG, alsmede de toepasselijke bepalingen inzake de vergunningenstelsels van de in bijlage II vermelde richtlijnen onverminderd de in Richtlijn 88/609/EEG opgenomen afwijkingen, zijn van toepassing op bestaande installaties waar de in bijlage I bedoelde activiteiten plaatsvinden, zolang de bevoegde autoriteiten de nodige maatregelen bedoeld in artikel 5 van deze richtlijn, nog niet hebben getroffen.
2. De toepasselijke bepalingen betreffende de vergunningenstelsels van de in lid 1 genoemde richtlijnen zijn met ingang van de datum van toepassing van deze richtlijn niet meer van toepassing op nieuwe installaties waar de in bijlage I bedoelde activiteiten plaatsvinden.
3. Richtlijn 84/360/EEG wordt elf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn ingetrokken.
Wanneer de in de artikelen 4, 5 of 12 opgenomen maatregelen ten aanzien van een installatie zijn getroffen, geldt de uitzondering in artikel 6, lid 3, van Richtlijn 76/464/EEG niet meer voor de in deze richtlijn bedoelde installaties.
Indien nodig wijzigt de Raad op voorstel van de Commissie de toepasselijke bepalingen van de in bijlage II vermelde richtlijnen vóór de in de eerste alinea bedoelde datum van intrekking van Richtlijn 84/360/EEG om die aan te passen aan de eisen van onderhavige richtlijn.