Art. 3

De Lid-Staten zien erop toe dat het volgende wordt verboden:

a) het op enigerlei wijze toedienen van stoffen met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking en van â-agonisten aan landbouwhuisdieren en aan aquacultuurdieren;

b) het houden - behalve onder officiële controle - van de onder a) bedoelde dieren op een bedrijf, het in de handel brengen of slachten voor consumptie van landbouwhuisdieren of aquacultuurdieren die sporen vertonen van de onder a) genoemde stoffen of waarin de aanwezigheid van dergelijke stoffen is vastgesteld, behalve wanneer kan worden aangetoond dat de betrokken dieren overeenkomstig artikel 4 of artikel 5 zijn behandeld;

c) het in de handel brengen voor consumptie van aquacultuurdieren waaraan de onder a) bedoelde stoffen zijn toegediend, alsmede van verwerkte produkten die afkomstig zijn van deze dieren;

d) het in de handel brengen van vlees van onder b) bedoelde dieren;

e) het verwerken van onder d) bedoeld vlees.

Uitspraken die dit artikel aanhalen