Rb. Noord-Holland 20 mei 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:11544
Omstreeks juni 2002 is gebleken dat de resultaten in de Nederlandse Zeugenhouderij verminderden. Uit onderzoek kwam naar voren dat door Nederlandse varkenshouders toegepast varkensvoer de hormonale substantie medroxyprogesteron acetaat (mpa) bevatte. Ingevolge richtlijn 96/22/EG is het gebruik van bepaalde stoffen met hormonale werking in de veehouderij verboden. Nader onderzoek wees uit dat de bron van de vervuiling in Ierland lag. De daar gevestigde geneesmiddelenfabrikant Wyeth gebruikte een suikeroplossing voor het aanbrengen van een coating op anticonceptiepillen. Met mpa vervuild suikeroplossing is door Wyeth via afvalmakelaar Cara ter verwerking verscheept naar Bioland Liquid Sugars in België. Bioland heeft de suikeroplossing ten tijde van haar faillissement kennelijk op aandringen van de curator van haar bedrijventerrein verwijderd door dit te leveren aan enkele Nederlandse schakels in de productieketen van varkensvoer. De met mpa vervuilde suikeroplossing is ook bij eiseres terecht gekomen en na vermenging met tarwezetmeer verkocht aan varkenshouderijen. Na ontdekking van de mpa in Nederlandse varkens zijn de desbetreffende varkenshouderijen onder toezicht gesteld en geblokkeerd. Eisers vorderen een verklaring voor recht dat gedaagden onrechtmatig jegens hen en de personen met wie eisers hebben gehandeld en voer, varkens en varkensproducten hebben geleverd, omdat 1) gedaagden de Belgische autoriteiten niet in kennis gesteld van het vervoer van de afvalstoffen van Ierland naar België zoals voorgeschreven in de artikelen 3 en 6 EVOA. Daarmee hebben gedaagden zich tevens schuldig gemaakt aan sluikhandel als omschreven in artikel 26 EVOA, 2) gedaagden hebben gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt door Bioland te selecteren als verwerker van het farmaceutische afval, terwijl gedaagden wisten, althans moesten weten, dat Bioland niet in staat was het afval behoorlijk te verwerken. Die handelwijze is bovendien in strijd met artikel 34 EVOA, dat de producent van afvalstoffen verplicht de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de afvalstoffen op behoorlijke wijze worden verwerkt, en 3) gedaagden aansprakelijk zijn voor het door hen in het verkeer brengen van een gebrekkige zaak (artikel 6:173 BW) en gevaarlijke stoffen (artikel 6:175 BW). Eisers vorderen voorts vergoeding van de door hen geleden schade. Gedaagden hebben aangevoerd dat, wat er ook op hun handelen zou kunnen worden aangemerkt, de ernst en afkeurenswaardigheid daarvan in het niet valt bij de verwijten die eisers ter zake kunnen worden gemaakt. De rol van eisers in de verspreiding van MPA onder Nederlandse varkensboeren is onrechtmatig en de schade waarvan zij vergoeding vragen is het gevolg van hun eigen schuld. Het verweer van gedaagden dat het eigen handelen van eisers aan het aannemen van een op gedaagden rustende vergoedingsplicht in de weg staat slaagt zowel naar Nederlands als naar Iers recht. Eisers hebben bewust roekeloos gehandeld door geen enkele poging te doen om de werkelijke herkomst en samenstelling van het suikerwater te onderzoeken alvorens dat met eigen tankauto’s uit België op te halen en het suikerwater vervolgens zonder enig onderzoek te lossen in de eigen tanks en het te verwerken in het voer. Dit terwijl alle aanleiding bestond om wél onderzoek naar de herkomst van het suikerwater te doen. Eisers hebben daarmee bewust het risico genomen dat het suikerwater niet in orde was en de gevolgen daarvan over zich afgeroepen. Die handelwijze is niet alleen onzorgvuldig, maar bovendien in strijd met de Verordening PDV Diervoeders 1998. Artikel 3:1 van die verordening bepaalt dat het verboden is om voedermiddelen in het verkeer te brengen of te gebruiken die niet gezond, niet deugdelijk en niet van gebruikelijke handelskwaliteit zijn en/of een gevaar opleveren voor de gezondheid van mens of dier of het milieu. Ingevolge deze bepaling rust op de ondernemer een onderzoeks- en zorgvuldigheidsplicht. Die onderzoekplicht is door eisers geschonden. Het eigen schuld verweer slaagt. De aan eisers toe te rekenen omstandigheden hebben zozeer aan het ontstaan van de schade waarvan zij in dit geding vergoeding vorderen bijgedragen dat die schade in de verhouding tussen eisers en gedaagden, geheel voor rekening van eisers moet blijven. De vorderingen worden daarom afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl