Art. 8

De Lid-Staten zien erop toe dat:

1. het houden van de in artikel 2 en in artikel 3, onder a), genoemde stoffen beperkt blijft tot de personen die volgens de nationale wetgeving overeenkomstig artikel 1 van Richtlijn 90/676/EEG (15) daartoe gemachtigd zijn in de stadia van invoer, bereiding, opslag, distributie, verkoop of gebruik van die stoffen;

2. naast de controles als bedoeld in de richtlijnen inzake het in de handel brengen van de verschillende betrokken produkten, de in artikel 11 van Richtlijn 96/23/EG (16) bedoelde officiële controles door de bevoegde nationale autoriteiten zonder voorafgaand bericht worden uitgevoerd voor het controleren van:

a) het houden of de aanwezigheid van overeenkomstig artikel 2 verboden stoffen of produkten die bestemd zouden zijn voor toediening aan dieren met het oog op de vetmesting daarvan;

b) de illegale behandeling van dieren;

c) het niet-nakomen van de wachttijden als bedoeld in artikel 6;

d) het niet-nakomen van de beperkingen die in de artikelen 4 en 5 worden gesteld aan het gebruik van bepaalde stoffen of produkten;

3. de opsporing

a) van de aanwezigheid van de in punt 1 bedoelde stoffen in dieren en in het drinkwater voor dieren, alsmede op alle plaatsen waar dieren worden opgefokt of gehouden;

b) van de aanwezigheid van residuen van bovengenoemde stoffen in levende dieren, in de excreta en lichaamsvochten daarvan, alsmede in weefsel en dierlijke produkten,

wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de bijlagen III en IV bij Richtlijn 96/23/EG;

4. wanneer bij de in punt 2 en 3 bedoelde controles blijkt dat:

a) er stoffen of produkten aanwezig zijn waarvan het gebruik of het houden verboden is of er residuen aanwezig zijn van stoffen die in het kader van een illegale behandeling zijn toegediend, beslag wordt gelegd op deze stoffen of produkten, terwijl de eventueel behandelde dieren of het vlees daarvan onder officiële controle moeten worden geplaatst totdat de nodige sancties zijn getroffen;

b) de eisen zoals genoemd in punt 2, onder b) en c), niet zijn nageleefd, de bevoegde autoriteit passende maatregelen treft in het licht van de ernst van de geconstateerde inbreuk.

Uitspraken die dit artikel aanhalen