Art. 9 Verordening (EG) nr. 3072/95

Verordening (EG) nr. 3072/95

1. Voor alle invoer in of uitvoer uit de Gemeenschap van de in artikel 1 bedoelde produkten moet een in- of uitvoercertificaat worden overgelegd.

Het certificaat wordt, onverminderd de bepalingen voor de toepassing van de artikelen 13 en 14, door de Lid-Staten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Het in- of uitvoercertificaat is geldig in de hele Gemeenschap. De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid, als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in- of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat; behoudens overmacht wordt deze zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd als de in- of uitvoer niet of slechts ten dele binnen deze termijn wordt uitgevoerd.

2. De geldigheidsduur van deze certificaten en de overige bepalingen voor de toepassing van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 22.