Art. 13 Verordening (EG) nr. 3072/95
1. Voor zover nodig om de uitvoer van de in artikel 1 bedoelde produkten in ongewijzigde staat of in de vorm van in bijlage B opgenomen goederen op basis van de noteringen of de prijzen van die produkten op de wereldmarkt mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 228 van het Verdrag, kan het verschil tussen deze noteringen of prijzen en de prijzen in de Gemeenschap overbrugd worden door een restitutie bij de uitvoer.
De restitutie voor de uitvoer van de in artikel 1 bedoelde produkten in de vorm van in bijlage B opgenomen goederen mag niet hoger zijn dan de restitutie voor de uitvoer van die produkten in ongewijzigde staat.
2. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met restitutie kunnen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:
a) die het best overeenstemt met de aard van het produkt en met de marktsituatie in kwestie, zodat de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de doeltreffendheid en met de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, doch zonder dat dit leidt tot discriminatie tussen kleine en grote marktdeelnemers;
b) die, gezien de beheerseisen, administratief het minst belastend is voor de marktdeelnemers;
c) waarmee elke vorm van discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers voorkomen wordt.
3. De restitutie is voor de gehele Gemeenschap gelijk. Zij kan variëren naar gelang van de bestemming, indien de situatie op de wereldmarkt of de specifieke vereisten van bepaalde markten dat noodzakelijk maakt of maken.
De restituties worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 22. Zij kunnen:
a) periodiek worden vastgesteld;
b) via openbare inschrijving worden vastgesteld, voor de produkten waarvoor die procedure voorheen bestond.
De restituties die periodiek worden vastgesteld, kunnen, zo nodig, door de Commissie tussentijds worden gewijzigd op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief.
De restituties die periodiek worden vastgesteld voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde produkten worden ten minste eenmaal per maand vastgesteld.
4. Bij de vaststelling van de restituties worden de volgende factoren in aanmerking genomen:
a) de situatie en de vooruitzichten van:
- de prijzen en de beschikbaarheid van rijst en breukrijst op de markt van de Gemeenschap,
- de prijzen van rijst en breukrijst op de wereldmarkt;
b) de doelstellingen van de gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt, namelijk te zorgen voor een evenwichtige situatie van deze markt en een natuurlijke ontwikkeling inzake prijzen en handelsverkeer;
c) de limieten die voortvloeien uit overeenkomstig artikel 228 van het Verdrag gesloten overeenkomsten;
d) het belang om verstoringen op de markt van de Gemeenschap te voorkomen;
e) de economische aspecten van de beoogde uitvoer.
Bij de vaststelling van de restitutie wordt met name rekening gehouden met de noodzaak een evenwicht tot stand te brengen tussen het gebruik van grondstoffen uit de Gemeenschap voor de uitvoer van verwerkte goederen naar derde landen en het gebruik van tot de zogeheten veredelingsregeling toegelaten grondstoffen uit deze landen.
5. Voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde produkten worden de restituties vastgesteld overeenkomstig de volgende specifieke criteria:
a) de prijzen voor deze produkten op de verschillende representatieve uitvoermarkten van de Gemeenschap;
b) de gunstigste noteringen die op de verschillende markten van de invoerende derde landen zijn geconstateerd;
c) de gunstigste afzetkosten en vervoerkosten, berekend vanaf de onder a) bedoelde markten van de Gemeenschap tot aan de havens of andere plaatsen van uitvoer uit de Gemeenschap die die markten bedienen, alsmede de kosten van aanvoer op de wereldmarkt.
6. Indien de restitutie wordt vastgesteld via openbare inschrijving, heeft de inschrijving betrekking op het bedrag van de restitutie.
7. Voor de in artikel 1 bedoelde produkten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, wordt de restitutie uitsluitend toegekend op aanvraag en na overlegging van het desbetreffende uitvoercertificaat.
8. De restitutie bij uitvoer van de in artikel 1 bedoelde produkten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, wat een gedifferentieerde restitutie betreft, de restitutie die op diezelfde dag geldt:
a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming
of
b) voor de werkelijke bestemming, indien deze verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toepasselijke bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat geldt voor de op het certificaat vermelde bestemming.
Er kunnen passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet.
9. De bepalingen van de leden 7 en 8 kunnen volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93 (1) van toepassing worden verklaard voor de in artikel 1 bedoelde produkten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage B opgenomen goederen.
10. Voor de in artikel 1 bedoelde produkten waarvoor restituties worden toegekend in het kader van voedselhulpacties, kan volgens de procedure van artikel 22 van de bepalingen in de leden 7 en 8 worden afgeweken.
11. Behoudens een afwijking waartoe is besloten volgens de procedure van artikel 22, wordt voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde produkten de overeenkomstig lid 4 toe te passen restitutie op grond van het niveau van de maandelijkse verhogingen van de interventieprijs en eventueel van de fluctuaties van deze prijs, naar gelang van het verwerkingsstadium, aangepast met het van toepassing zijnde omrekeningspercentage.
Volgens de procedure van artikel 22 kan een correctiebedrag worden vastgesteld. De Commissie kan de correctiebedragen echter zo nodig wijzigen.
De bepalingen van de voorgaande alinea's kunnen geheel of gedeeltelijk worden toegepast op elk van de in artikel 1, lid 1, onder c), bedoelde produkten, alsmede op de in artikel 1 bedoelde produkten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die zijn opgenomen in bijlage B. In dat geval wordt de in de eerste alinea bedoelde aanpassing gecorrigeerd door een coëfficiënt toe te passen die de verhouding aangeeft tussen de hoeveelheid grondstof en de hoeveelheid daarvan die aanwezig is in het uitgevoerde verwerkte produkt of die gebruikt is in het uitgevoerde goed.
12. De restitutie voor de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde produkten wordt uitbetaald wanneer is aangetoond dat de produkten:
- van oorsprong uit de Gemeenschap zijn, indien het padie en gedopte rijst betreft, behalve bij toepassing van lid 13,
- uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd
en
- in geval van een gedifferentieerde restitutie, onverminderd lid 8, onder b), de op het certificaat vermelde bestemming of een andere bestemming waarvoor een restitutie is vastgesteld, hebben bereikt. Van deze regel kan echter worden afgeweken volgens de procedure van artikel 22, behoudens nader te bepalen voorwaarden die gelijke waarborgen bieden.
Volgens de procedure van artikel 22 kunnen aanvullende bepalingen worden vastgesteld.
13. Bij de uitvoer van uit derde landen ingevoerde en opnieuw naar derde landen uitgevoerde padie en gedopte rijst wordt geen restitutie verleend, behoudens wanneer de exporteur aantoont dat:
- het uit te voeren produkt hetzelfde is als het van tevoren ingevoerde produkt en
- bij de invoer van dit produkt alle invoerrechten zijn geïnd.
In dit geval is de restitutie voor elk produkt gelijk aan het bij invoer geïnde recht, indien dit lager is dan de geldende restitutie; indien het bij invoer geïnde recht hoger is dan de geldende restitutie, is de restitutie gelijk aan laatstgenoemde restitutie.
14. De inachtneming van de volumegrenzen, voortvloeiend uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 228 van het Verdrag, wordt gewaarborgd op basis van de uitvoercertificaten die worden afgegeven uit hoofde van de daarin vermelde referentieperiodes voor de betrokken produkten. Voor de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in het kader van de handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde gesloten overeenkomsten, wordt de geldigheid van de certificaten onverlet gelaten door het einde van een referentieperiode.
15. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met inbegrip van de bepalingen betreffende de herverdeling van niet toegekende of niet gebruikte uitvoerhoeveelheden, en met name de bepaling betreffende de in lid 11 bedoelde aanpassing, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 22. Bijlage B wordt volgens dezelfde procedure gewijzigd. De bepalingen betreffende de toepassing van lid 7 voor de in lid 1 bedoelde produkten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage B opgenomen goederen, worden evenwel vastgesteld volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93.