Art. 1 Verordening (EG) nr. 3295/94
1. Bij deze verordening wordt vastgesteld:
a) onder welke voorwaarden de douaneautoriteiten optreden wanneer goederen waarvan wordt vermoed dat zij zijn nagemaakt of door piraterij zijn verkregen,
- voor het vrije verkeer, voor uitvoer of wederuitvoer worden aangegeven;
- worden aangetroffen bij een controle op goederen die geplaatst zijn onder een schorsingsregeling in de zin van artikel 84, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (5) of waarvoor kennisgeving van wederuitvoer is gedaan;
en
b) welke maatregelen de bevoegde autoriteiten ten aanzien van deze goederen dienen te nemen wanneer wordt vastgesteld dat zij inderdaad zijn nagemaakt of door piraterij zijn verkregen.
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
a) nagemaakte goederen:
- goederen, met inbegrip van de verpakking, waarop zonder toestemming een fabrieks- of handelsmerk is aangebracht dat identiek is aan een voor eenzelfde soort goederen naar behoren geregistreerd fabrieks- of handelsmerk, of dat daarvan op wezenlijke punten niet kan worden onderscheiden, waardoor volgens de communautaire wetgeving of de wetgeving van de Lid-Staat waar het verzoek om douaneoptreden wordt ingediend, op de rechten van de houder van het betrokken merk inbreuk wordt gemaakt;
- beeldmerken (logo, etiket, sticker, prospectus, gebruiksaanwijzing, garantiebewijs) zelfs indien zij afzonderlijk worden aangeboden, waarvoor hetzelfde geldt als voor de in het eerste streepje bedoelde goederen;
- afzonderlijk aangeboden verpakkingen waarop de merken van nagemaakte goederen zijn aangebracht en waarvoor hetzelfde geldt als voor de in het eerste streepje bedoelde goederen;
b) door piraterij verkregen goederen: goederen die kopieën zijn of kopieën bevatten die zonder toestemming van de houder van het auteursrecht of van de naburige rechten, van de houder van een recht betreffende een al dan niet overeenkomstig het nationale recht geregistreerde tekening of model, respectievelijk van een door hem in het produktieland gemachtigd persoon zijn vervaardigd, in de gevallen waarin de vervaardiging van deze kopieën volgens de communautaire wetgeving of de wetgeving van de Lid-Staat waar het verzoek om optreden van de douaneautoriteiten wordt ingediend, op het betrokken recht inbreuk maakt;
c) houder van het recht: de houder van het onder a) bedoelde fabrieks- of handelsmerk en/of van een van de onder b) bedoelde rechten alsmede elke andere persoon die gemachtigd is dit merk en/of deze rechten te gebruiken, of hun vertegenwoordiger;
d) aangiften voor het vrije verkeer, voor uitvoer of voor wederuitvoer: aangiften overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EEG) nr. 2913/92.
3. Met nagemaakte of door piraterij verkregen goederen worden naar gelang van het geval gelijkgesteld: mallen of matrijzen die speciaal bestemd zijn voor de vervaardiging van een namaakmerk of van een goed dat van een dergelijk merk voorzien is dan wel voor de vervaardiging van een door piraterij verkregen goed, voor zover het gebruik van deze mallen of matrijzen inbreuk maakt op de rechten van de houder van het recht volgens de communautaire wetgeving of op de wetgeving van de Lid-Staat waar het verzoek om douaneoptreden wordt ingediend.
4. Deze verordening is niet van toepassing op goederen die met toestemming van de houder van een fabrieks- of handelsmerk van dat merk voorzien zijn, of die door een auteursrecht of een naburig recht of een recht dat betrekking heeft op een tekening of model zijn beschermd en die met toestemming van de houder van het recht zijn vervaardigd, maar zonder diens toestemming in een situatie als bedoeld in lid 1, onder a), verkeren.
Hetzelfde geldt voor de in de eerste alinea bedoelde goederen die onder andere voorwaarden vervaardigd of van het merk voorzien zijn dan die welke met die houders van het recht overeengekomen zijn.