Art. 13 Verordening (EG) nr. 1164/94
Beoordeling vooraf, toezicht, evaluatie 1. De Lid-Staten en de Commissie zien erop toe dat daadwerkelijk toezicht wordt gehouden op en evaluatie geschiedt van de uitvoering van de projecten uit hoofde van deze verordening. De projecten moeten in het licht van de resultaten van toezicht en evaluatie worden aangepast.
2. Om toe te zien op de doeltreffendheid van de communautaire bijstand, onderwerpen de Commissie en de begunstigde Lid-Staten, in voorkomend geval in samenwerking met de EIB, de projecten aan een systematische beoordeling vooraf en evaluatie.
3. Na ontvangst van een bijstandsaanvraag en alvorens het project goed te keuren onderwerpt de Commissie het project aan een grondige beoordeling vooraf om na te gaan of het aan de criteria van artikel 10, lid 5, beantwoordt. Zo nodig verzoekt de Commissie de EIB om medewerking aan de evaluatie.
4. Tijdens de uitvoering van de projecten en na de voltooiing ervan evalueren de begunstigde Lid-Staten en de Commissie de wijze waarop deze zijn uitgevoerd en het potentiële en het werkelijke effect van de uitvoering, om te beoordelen of de oorspronkelijk vastgestelde doelstellingen kunnen worden, respectievelijk zijn, bereikt. Die beoordeling heeft onder meer betrekking op de milieu-effecten van de projecten en op de inachtneming van de bestaande communautaire voorschriften.
5. Bij de behandeling van de individuele bijstandsaanvragen houdt de Commissie rekening met de uitkomsten van de volgens dit artikel uitgevoerde beoordelingen en evaluaties.
6. De gedetailleerde voorschriften voor het toezicht en de evaluatie als bedoeld in lid 4 worden vastgesteld in de beschikkingen tot goedkeuring van de projecten.