Art. 17 Verordening (EEG) nr. 2847/93
1. De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen voor de controle op de vangsten van hun vissersvaartuigen in de wateren onder soevereiniteit of jurisdictie van derde landen en op volle zee, alsmede voor de verificatie en registratie van de overladingen en de aanvoer van de betrokken vangsten.
2. De controle- en verificatiemaatregelen waarborgen dat de volgende voor de reders en/of kapiteins van de vissersvaartuigen geldende verplichtingen worden nagekomen:
- de vissersvaartuigen moeten een logboek aan boord hebben waarin de kapitein de vangsten registreert,
- bij aanvoer in de havens van de Gemeenschap moet een aanvoeraangifte worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van aanvoer,
- de gegevens over elke overlading van vis op vissersvaartuigen van derde landen en over rechtstreekse aanvoer in derde landen moeten worden meegedeeld aan de Lid-Staat van de vlag.
3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 geldt onverminderd de bepalingen in de visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen en in internationale verdragen waarbij de Gemeenschap partij is.