Art. 21 Verordening (EEG) nr. 2847/93

Verordening (EEG) nr. 2847/93

1. Alle hoeveelheden die door vaartuigen uit de Gemeenschap zijn gevangen uit een bestand of groep bestanden waarvoor quota gelden, worden ongeacht de plaats van aanvoer in mindering gebracht op het quotum waarover de Lid-Staat van de vlag voor dat bestand of die groep bestanden beschikt.

2. Iedere Lid-Staat stelt de datum vast waarop, ten gevolge van de vangsten uit een bestand of groep bestanden waarvoor quota gelden en die zijn verricht door vissersvaartuigen die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in die Lid-Staat, het quotum van die Lid-Staat voor dat bestand of die groep bestanden wordt geacht volledig te zijn opgebruikt. Hij vaardigt met ingang van die datum een voorlopig verbod uit op de visserij op dat bestand of die groep bestanden door de betrokken vaartuigen, alsmede op het aan boord houden, overladen en aanvoeren van de hoeveelheden welke na die datum zijn gevangen, en stelt voorts vast tot welke datum het overladen en de aanvoer of de laatste vangstaangiften zijn toegestaan. Deze maatregel wordt onverwijld meegedeeld aan de Commissie, die de overige Lid-Staten hiervan in kennis stelt.

3. Na ontvangst van een mededeling uit hoofde van lid 2 of op eigen initiatief stelt de Commissie op grond van de beschikbare gegevens de datum vast waarop voor een bestand of een groep bestanden, ten gevolge van de vangsten waarvoor een TAC, een quotum of een andere kwantitatieve beperking geldt en die zijn verricht door vissersvaartuigen die de vlag voeren van of geregistreerd zijn in een Lid-Staat, het quotum, de toewijzing of het beschikbare gedeelte van deze Lid-Staat of, in voorkomend geval, van de Gemeenschap, wordt geacht volledig te zijn opgebruikt.

Bij haar evaluatie van de in de eerste alinea bedoelde situatie licht de Commissie de betrokken Lid-Staten in over de verwachtingen met betrekking tot de sluiting van de visserij naar aanleiding van de volledige benutting van een TAC.

Vissersvaartuigen uit de Gemeenschap beëindigen de visserij op een bestand of een groep bestanden waarvoor een quotum of TAC geldt op de datum waarop het aan die Lid-Staat toegewezen quotum of de TAC voor het betrokken bestand of de betrokken groep bestanden worden geacht volledig te zijn opgebruikt; deze vaartuigen mogen na die datum gevangen hoeveelheden uit het betrokken bestand of de betrokken groep bestanden ook niet meer aan boord houden, overladen of laten overladen, aanvoeren of laten aanvoeren.

4. Wanneer de Commissie de visserijactiviteiten overeenkomstig lid 3, eerste alinea, heeft laten beëindigen omdat de TAC, het quotum, de toewijzing of het beschikbare gedeelte van de Gemeenschap volledig zou zijn opgebruikt, en wanneer aan het licht komt dat een Lid-Staat het quotum, de toewijzing of het gedeelte waarover hij voor het betrokken bestand of de betrokken groep bestanden beschikt in feite niet volledig heeft opgebruikt, zijn de volgende bepalingen van toepassing.

Indien een Lid-Staat nadeel heeft ondervonden doordat er een vangstverbod is opgelegd voordat het quotum van deze Lid-Staat volledig was opgebruikt en indien dit nadeel niet is opgeheven door toepassing van artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3760/92, worden er overeenkomstig de procedure van artikel 36 maatregelen getroffen om het geleden nadeel op passende wijze ongedaan te maken. Deze maatregelen kunnen inhouden dat er een korting wordt toegepast voor de Lid-Staat die zijn quotum, zijn toewijzing of zijn gedeelte heeft overschreden, waarna de betrokken hoeveelheden op passende wijze worden toegewezen aan de Lid-Staten waarvan de visserij is gesloten voordat hun quota volledig waren opgebruikt. Bij de kortingen en de daarop volgende toewijzingen wordt bij voorrang rekening gehouden met de soorten en de zones waarvoor de jaarlijkse quota, toewijzingen of beschikbare gedeelten werden vastgesteld. Deze kortingen en toewijzingen kunnen plaatsvinden in het jaar waarin het nadeel is ontstaan of in de loop van het daaropvolgende jaar of de daaropvolgende jaren.

De nadere regels voor de tenuitvoerlegging van dit lid, met name de wijze waarop de betrokken hoeveelheden worden bepaald, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 36.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen