Art. 14 Verordening (EEG) nr. 2847/93

Verordening (EEG) nr. 2847/93

1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat alle aanvoer in een Lid-Staat als bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10 wordt geregistreerd. Daartoe kunnen de Lid-Staten eisen dat de aanvoer de eerste keer via de veiling op de markt wordt gebracht.

2. Wanneer de aanvoer overeenkomstig artikel 9, lid 2, de eerste keer niet via de veiling op de markt wordt gebracht, vergewissen de Lid-Staten zich ervan dat de betrokken hoeveelheden aan de visafslagen of aan de andere door de Lid-Staten gemachtigde instanties worden meegedeeld.

3. Voor gegevens over aanvoer door bepaalde categorieën vaartuigen die onder de in de artikelen 7 en 8 bedoelde afwijkingen vallen of over aanvoer in havens die niet over de nodige administratieve middelen beschikken om de aanvoer te registreren, kan, wanneer een Lid-Staat de Commissie daarom verzoekt, binnen twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, vrijstelling worden verkregen van de verplichting om deze gegevens te verwerken. Vrijstelling kan worden toegestaan indien de registratie van de gevraagde gegevens de nationale autoriteiten moeilijkheden zou opleveren die niet in verhouding staan tot de totale aanvoer en indien de aangevoerde soorten plaatselijk worden verkocht. Elke Lid-Staat stelt een lijst op van havens en vaartuigen die voor een dergelijke vrijstelling in aanmerking komen, en deelt deze aan de Commissie mee.

4. Een Lid-Staat die in aanmerking komt voor de in lid 3 genoemde afwijking werkt een bemonsteringsregeling uit om de omvang te ramen van de hoeveelheden die aangevoerd worden in de bedoelde havens. Deze regeling moet door de Commissie worden goedgekeurd voordat een afwijking wordt toegepast. De Lid-Staat zendt de Commissie op gezette tijden de resultaten van zijn ramingen toe.

Vorige artikelen

Volgende artikelen