Art. 4 Verordening (EEG) nr. 2456/93
Eisen waaraan de produkten moeten voldoen voor interventie 1. Interventieaankoop is mogelijk voor de in bijlage III vermelde produkten van de volgende in artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1208/81 van de Raad (6) omschreven categorieën:
- vlees van niet-gecastreerde mannelijke dieren van minder dan twee jaar oud (categorie A);
- vlees van gecastreerde mannelijke dieren (categorie C).
De Lid-Staten die een onderverdeling van de in artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1208/81 bedoelde klassen toepassen, mogen de interventieaankoop tot bepaalde subklassen beperken.
In afwijking van het bepaalde in de eerste alinea komen met ingang van de eerste openbare inschrijving van 1993 produkten van categorie A, die overeenkomstig het communautaire indelingsschema zijn ingedeeld bij kwaliteit 02 of 03, niet meer voor interventie in aanmerking.
Voor de Lid-Staten waar deze kwaliteiten meer dan 60 % uitmaken van alle in 1992 geslachte mannelijke runderen worden deze kwaliteiten evenwel geleidelijk en gespreid over een periode van vijf kalenderjaren van interventie uitgesloten volgens de tabel in bijlage IV.
2. Er mag slechts vlees in de vorm van hele of halve geslachte dieren worden aangekocht
a) dat voldoet aan het bepaalde in Richtlijn 64/433/EEG van de Raad (7);
b) dat geen kenmerken vertoont waardoor het ongeschikt is voor opslag of later gebruik;
c) dat niet afkomstig is van noodslachtingen;
d) dat van oorsprong uit de Gemeenschap is in de zin van de artikelen 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 3620/90 van de Commissie (8);
e) dat afkomstig is van dieren waaraan geen stoffen zijn toegediend die krachtens artikel 2 van Richtlijn 81/602/EEG van de Raad (9) en artikel 2 van Richtlijn 88/146/EEG van de Raad (10) verboden zijn;
f) waarin de op grond van de communautaire regelgeving geldende maximaal toelaatbare niveaus van radioactiviteit niet worden overschreden. De mate van radioactieve besmetting van het produkt wordt alleen gecontroleerd als de situatie dat vereist en gedurende de periode waarin dat nodig is. De geldigheidsduur en de draagwijdte van de controlemaatregelen worden zo nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68;
g) dat voldoet aan de eisen van artikel 2 bis, lid 1 of lid 2, van Beschikking 90/200/EEG van de Commissie (11);
h) dat afkomstig is van hele geslachte dieren met een gewicht van niet meer dan
- 380 kg vanaf de eerste openbare inschrijving van juli 1993,
- 360 kg vanaf de eerste openbare inschrijving van januari 1994 en
- 340 kg vanaf de eerste openbare inschrijving van juli 1994.
3. Bovendien mag slechts vlees in de vorm van hele en halve geslachte dieren worden aangekocht dat
a) wordt aangeboden overeenkomstig bijlage V, eventueel na versnijding in voor- en achtervoeten voor rekening van de belanghebbende; in het bijzonder moet via een controle van elk van de delen van het geslachte dier worden nagegaan of is voldaan aan de in punt 2 van bijlage V vastgestelde voorwaarden; wanneer het vlees aan één van die voorwaarden niet voldoet, wordt het niet overgenomen; wanneer de voor- respectievelijk achtervoet van halve geslachte dieren niet wordt overgenomen omdat hij qua aanbiedingsvorm niet aan de vorenbedoelde voorwaarden voldoet, en inzonderheid wanneer dit niet kan worden verholpen tijdens de aanvaardingsprocedure, moet ook de achter- respectievelijk voorvoet van die halve geslachte dieren worden geweigerd;
b) is ingedeeld overeenkomstig het bij Verordening (EEG) nr. 1208/81 vastgestelde communautaire indelingsschema; de interventiebureaus weigeren vlees waarvan zij de indeling na grondige controle van elk deel van het geslachte dier niet in overeenstemming met dit schema achten;
c) is geïdentificeerd aan de hand van een merking waarmee de categorie, de bevleesdheidsklasse en de vetheidsklasse worden aangegeven, enerzijds, en vermelding van het identificatienummer of het slachtnummer, anderzijds. De merking waarmee de categorie, de bevleesdheidsklasse en de vetheidsklasse worden aangegeven, moet perfect leesbaar zijn en moet gebeuren via stempeling met een niet giftige, onuitwisbare en kleurvaste inkt volgens een door de bevoegde nationale instanties goedgekeurd procédé; de letters en cijfers moeten ten minste 2 cm hoog zijn. De merktekens worden op de achtervoeten aangebracht ter hoogte van het lendestuk en de vierde lendewervel, en op de voorvoeten ter hoogte van de puntborst op 10 tot 30 cm van de scheiding van het borstbeen. Het identificatie- of slachtnummer wordt aangebracht in het midden op de binnenzijde van elke voor- en achtervoet, hetzij met een stempel, hetzij met behulp van een onuitwisbare viltstift waarvan het gebruik door het interventiebureau is toegestaan.
4. In het kader van de interventieaankopen in de zin van artikel 6a, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 805/68 zijn niet van toepassing:
- lid 1, tweede, derde en vierde alinea, en lid 2, onder h),
- de in bijlage III opgenomen bepalingen betreffende de indeling van de produkten,
- lid 3, onder b) en c), met uitzondering van hetgeen ten aanzien van het merken van de categorie en het vermelden van het slachtnummer is bepaald.
Bovendien mogen slechts hele of halve geslachte dieren worden aangekocht zonder misvormingen en zonder abnormaal gewicht voor de leeftijd van het geslachte dier.