Art. 859 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

De volgende vormen van verzuim worden beschouwd als zijnde zonder werkelijke gevolgen voor de juiste werking van de tijdelijke opslag of van de betrokken douaneregeling in de zin van artikel 204, lid 1, van het Wetboek, voor zover:

- zij geen poging tot onttrekking van de goederen aan het douanetoezicht inhouden,

- zij geen duidelijke nalatigheid van de zijde van de belanghebbende inhouden, en

- alle formaliteiten voor het regulariseren van de situatie van de goederen alsnog worden vervuld:

1. het overschrijden van de termijnen binnen welke de goederen een van de douanebestemmingen die voorzien zijn in het kader van de tijdelijke opslag of van de betrokken douaneregeling moeten hebben gevolgd, wanneer, op daartoe tijdig gedaan verzoek, de termijn zou zijn verlengd;

2. het overschrijden van de termijn voor het aanbieden van onder een regeling voor douanevervoer geplaatste goederen bij het kantoor van bestemming, wanneer deze aanbieding achteraf alsnog plaatsvindt;

3. de behandeling van goederen in tijdelijke opslag of van onder het stelsel van douane-entrepots geplaatste goederen zonder voorafgaande toestemming van de douaneautoriteiten, indien, op daartoe gedaan verzoek, toestemming voor deze behandelingen zou zijn verleend;

4. het gebruik van onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste goederen in andere omstandigheden dan in de vergunning vermeld, voor zover, op daartoe gedaan verzoek, voor dit gebruik onder dezelfde regeling toestemming zou zijn verleend;

5. het zonder toestemming wegvoeren van goederen in tijdelijke opslag of goederen die onder een douaneregeling zijn geplaatst, indien deze goederen desgevraagd bij de douaneautoriteiten kunnen worden aangeboden;

6. het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap van goederen in tijdelijke opslag of goederen die onder een douaneregeling zijn geplaatst, dan wel het binnenbrengen van deze goederen in een vrije zone of een vrij entrepot, zonder dat de vereiste formaliteiten zijn vervuld;

7. de overdracht zonder kennisgeving aan de douanedienst van goederen die in verband met hun bijzondere bestemming een gunstige tariefbehandeling hebben gekregen, wanneer deze goederen de betrokken bestemming nog niet hebben gevolgd, op voorwaarde dat:

a) de voorraadadministratie van de overdrager melding maakt van deze overdracht;

b) de cessionaris houder is van een vergunning met betrekking tot de goederen in kwestie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen