Art. 775 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De methode van de waardesleutel wordt toegepast in alle gevallen waarin de artikelen 773 en 774 niet kunnen worden toegepast.

Ter vereenvoudiging kunnen de douaneautoriteiten echter, met instemming van de vergunninghouder, in plaats van de methode van de waardesleutel de methode van de hoeveelheidssleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen) toepassen, indien toepassing van deze methoden vergelijkbare resultaten oplevert.

2. Om de hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen vast te stellen, die bij de vervaardiging van elk soort veredelingsprodukt is gebruikt, wordt achtereenvolgens op de totale hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen een coëfficiënt toegepast die de verhouding weergeeft tussen de douanewaarde van elke soort veredelingsprodukt en de totale douanewaarde van deze produkten.

3. Wanneer een soort veredelingsprodukt niet weer wordt ingevoerd, is de voor de toepassing van de waardesleutel aan te houden waarde van deze produkten de recente verkoopprijs in de Gemeenschap van identieke of soortgelijke produkten, voor zover deze niet is beïnvloed door verbondenheid van de koper met de verkoper. Voor de beoordeling van de verbondenheid tussen koper en verkoper is artikel 143 van toepassing.

Indien de waarde niet overeenkomstig de voorgaande alinea kan worden bepaald, wordt zij met alle redelijke middelen door de douaneautoriteiten vastgesteld.

4. De hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die overeenstemt met de hoeveelheid van elke soort in het vrije verkeer gebrachte veredelingsprodukten en die in aanmerking moet worden genomen voor het vaststellen van het in mindering te brengen bedrag, wordt bepaald door op de hoeveelheid van elke soort tijdelijk uitgevoerde goederen die bij de vervaardiging van deze produkten is gebruikt, berekend overeenkomstig lid 2, de overeenkomstig artikel 773, lid 2, berekende coefficiënt toe te passen.