Art. 780 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Het kantoor van plaatsing dat het inlichtingenblad INF 2 dient af te tekenen, vermeldt in vak 16 op welke wijze de tijdelijk uitgevoerde goederen geïdentificeerd kunnen worden.

2. Wanneer monsters worden genomen of gebruik wordt gemaakt van tekeningen of technische beschrijvingen, waarmerkt het in lid 1 bedoelde kantoor deze monsters, tekeningen of technische beschrijvingen door het aanbrengen van de douaneverzegeling van het kantoor, hetzij op deze voorwerpen zelf indien hun aard dit toelaat, hetzij op de verpakking, op zodanige wijze dat deze niet kan worden verbroken zonder sporen achter te laten.

Een etiket met het stempel van het kantoor en een verwijzing naar de aangifte ten uitvoer worden op zodanige wijze op de monsters, tekeningen of technische beschrijvingen aangebracht dat zij niet verwisseld kunnen worden.

3. De overeenkomstig lid 2 gewaarmerkte en verzegelde monsters, tekeningen of technische beschrijvingen worden aan de exporteur overhandigd opdat hij deze bij de wederinvoer van de veredelingsprodukten of de vervangende produkten met ongeschonden verzegeling kan overleggen.

4. Indien een analyse wordt verricht waarvan de resultaten eerst bekend zullen zijn nadat het douanekantoor het inlichtenblad INF 2 zal hebben afgetekend, wordt het document met de resultaten van deze analyse aan de exporteur overhandigd in een envelop die niet kan worden geopend zonder sporen achter te laten.