Art. 751 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Onverminderd de artikelen 760 en 761, wordt de vergunning verleend door de autoriteiten waarbij de aanvraag overeenkomstig artikel 750 lid 2, is ingediend, en opgesteld met inachtneming van artikel 500, volgens het model in bijlage 68/E.

In afwijking van artikel 500, lid 3, kan, in naar behoren met redenen omklede uitzonderlijke gevallen, een vergunning met terugwerkende kracht worden verleend, die evenwel niet verder kan teruggaan dan het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. Deze afwijking is niet van toepassing in geval van uitwisselingsverkeer met voorafgaande invoer.

2. Wanneer artikel 750, lid 2, onder b), wordt toegepast, kan de vergunning niet worden verleend zonder de instemming van de douaneautoriteiten welke zijn aangewezen door de Lid-Staten waarin de in de aanvraag vermelde plaatsen zijn gelegen. De volgende procedure is van toepassing:

a) De douaneautoriteiten waarbij de aanvraag is ingediend zenden de overige betrokken douaneautoriteiten de aanvraag en de ontwerp-vergunning, na te hebben nagegaan dat de economische voorwaarden ten aanzien van de voorgenomen veredeling vervuld kunnen worden geacht. In de ontwerp-vergunning moeten ten minste het opbrengstpercentage, de gekozen identificatiemiddelen en de in punt 11 van de model-vergunning in bijlage 68/E bedoelde douanekantoren zijn vermeld, evenals, in voorkomend geval, het controlekantoor, en of gebruik kan worden gemaakt van vereenvoudigde procedures bij de plaatsing onder de regeling en het in het vrije verkeer brengen met toepassing van de regeling, en welke regels in acht moeten worden genomen onder andere ten einde te verzekeren dat het controlekantoor over de nodige informatie beschikt.

b) De andere betrokken douaneautoriteiten delen, in voorkomend geval, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee maanden na de toezending van de aanvraag en de ontwerp-vergunning, mede dat er bezwaren bestaan.

c) De onder a) bedoelde douaneautoriteiten kunnen de vergunning verlenen indien zij binnen de onder b) bedoelde termijn geen mededeling hebben ontvangen dat er bezwaren bestaan tegen de ontwerp-vergunning.

d) De Lid-Staat die de vergunning verleent, zendt daarvan een kopie naar alle bovenbedoelde Lid-Staten.

De aldus verleende vergunningen zijn slechts van toepassing in de bovenbedoelde Lid-Staten.

De Lid-Staten delen aan de Commissie, die de overige Lid-Staten daaromtrent inlicht, de namen en adressen mede van de aangewezen douaneautoriteiten waaraan de onder a) bedoelde aanvraag en ontwerp-vergunnning moeten worden gericht.