Art. 749 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Voor de toepassing van artikel 148, onder b), van het Wetboek vergewissen de douaneautoriteiten zich ervan dat het mogelijk is na te gaan dat de veredelingsprodukten uit de tijdelijk uitgevoerde goederen zijn vervaardigd. Te dien einde kunnen zij, al naar gelang van het geval:
a) bijzondere merktekens of fabricagenummers vermelden;
b) loodjes, zegels, stempels of andere kentekens aanbrengen;
c) monsters nemen of tekeningen of technische beschrijvingen bijvoegen;
d) analyses maken;
e) bewijsstukken met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden (zoals contracten, brieven, facturen) onderzoeken waaruit ondubbelzinnig moet blijken dat de veredelingsprodukten uit de tijdelijk uitgevoerde goederen worden vervaardigd.
De douaneautoriteiten kunnen, ter vergemakkelijking van de tijdelijke uitvoer van goederen die naar een ander land worden gezonden om er een be- of verwerking of herstelling te ondergaan, eveneens gebruik maken van het bij de aanbeveling van de Internationale Douaneraad van 3 december 1963 vastgestelde inlichtingenblad, dat in bijlage 104 is opgenomen.
2. Wanneer de regeling wordt aangevraagd met het oog op de herstelling van goederen, met of zonder gebruik van het systeem uitwisselingsverkeer, vergewissen de douaneautoriteiten zich ervan dat de tijdelijk uitgevoerde goederen vatbaar zijn voor herstelling. Indien de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat dit niet het geval is, weigeren zij de vergunning.
3. Wanneer het systeem uitwisselingsverkeer wordt aangevraagd, maken de douaneautoriteiten met name gebruik van de controlemiddelen als bedoeld in lid 1, onder a), c), d) of e). In dit laatste geval moet uit de bewijsstukken ondubbelzinnig blijken dat de voorgenomen herstelling zal worden uitgevoerd door levering van een vervangend produkt dat aan de voorwaarden van artikel 155, lid 1, van het Wetboek voldoet.
4. Voor de toepassing van lid 3 vergewissen de douaneautoriteiten zich er in het bijzonder van dat, wanneer de regeling wordt toegepast door middel van de in arti kel 154, lid 1, van het Wetboek bedoelde vervanging, dit niet gebeurt om de technische prestaties van de goederen te verbeteren.
Te dien einde gaan zij over tot het onderzoek:
- van contracten en andere bewijsstukken betreffende de herstelling en
- van koop- of leasingcontracten en/of van facturen betreffende het tijdelijk uitgevoerde goed of het goed waarin het tijdelijk uitgevoerde goed is opgenomen, en met name van de voorwaarden daarvan.
5. Wanneer het niet mogelijk is vast te stellen dat de veredelingsprodukten uit de tijdelijk uitgevoerde goederen zullen worden vervaardigd en bij de douaneautoriteiten een verzoek tot afwijking van artikel 148, onder b), van het Wetboek wordt ingediend, wordt dit verzoek aan de Commissie voorgelegd.