Art. 750 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De aanvraag wordt ingediend overeenkomstig artikel 497, volgens het model in bijlage 67/E, door de persoon aan wie de vergunning kan worden verleend overeenkomstig de artikelen 86, 147 en 148 van het Wetboek.
2. a) De aanvraag wordt ingediend bij de douaneautoriteiten die daartoe zijn aangewezen door de Lid-Staat waar de tijdelijk uit te voeren goederen zich bevinden.
b) Wanneer het voornemen bestaat de goederen vanuit verschillende Lid-Staten uit te voeren, kan één enkele vergunning worden aangevraagd. Deze aanvraag wordt ingediend bij de douaneautoriteiten welke zijn aangewezen door de Lid-Staat waarin zich een deel van de goederen bevindt.
In dit geval moet de aanvraag alle gegevens bevatten met betrekking tot het verloop van de veredeling en de plaatsen waarvandaan de goederen tijdelijk zullen worden uitgevoerd.