Art. 64 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De controle achteraf van de in de artikelen 56 tot en met 62 bedoelde certificaten van oorsprong geschiedt bij wijze van steekproef en wanneer er redenen zijn om te twijfelen aan de echtheid van het document of de juistheid van de daarin vervatte gegevens.

De controle ten aanzien van de oorsprong wordt uitgevoerd op initiatief van de douaneautoriteiten.

Voor de toepassing van de landbouwregelingen kan deze controle eventueel door andere bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd.

2. Voor de toepassing van lid 1 zenden de bevoegde autoriteiten in de Gemeenschap het certificaat van oorsprong of de kopie daarvan terug aan de door het land van uitvoer aangewezen overheidsinstantie, onder vermelding van de materiële of formele redenen van het verzoek om controle. Indien een factuur werd overgelegd, wordt deze of een kopie daarvan bij het terug te zenden certificaat gevoegd. Deze autoriteiten verstrekken voorts alle door hen verkregen inlichtingen die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het certificaat onjuist zijn of dat het certificaat niet echt is.

Indien de douaneautoriteiten in de Gemeenschap besluiten de toepassing van de bijzondere invoerregelingen op te schorten in afwachting van de resultaten van de controle, verlenen zij vrijgave van de produkten onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.