Art. 59 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Het certificaat wordt ingevuld met de schrijfmachine of door middel van een mecanografisch of soortgelijk procédé.
2. In het certificaat mogen geen raderingen of overschrijvingen voorkomen. Wijzigingen worden aangebracht door middel van doorhaling van de onjuiste en, in voorkomend geval, toevoeging van de juiste gegevens. Elke aldus aangebrachte wijziging wordt goedgekeurd door degene die deze aanbrengt en geviseerd door de instantie van afgifte.