Art. 67 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Als geheel en al in een begunstigd land verkregen, in de zin van artikel 66, onder a), worden beschouwd:

a) aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen mineralen;

b) aldaar geoogste produkten van het plantenrijk;

c) aldaar geboren en gefokte levende dieren;

d) produkten afkomstig van aldaar levende dieren;

e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;

f) produkten van de zeevisserij en andere door zijn schepen uit de zee gewonnen produkten;

g) produkten uitsluitend uit de onder f) bedoelde produkten aan boord van zijn fabrieksschepen vervaardigd;

h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de herwinning van grondstoffen kunnen dienen;

i) afval en schroot, afkomstig van aldaar verrichte fabricagehandelingen;

j) produkten gewonnen van en uit de buiten de territoriale wateren gelegen zeebodem of de ondergrond daarvan, voor zover dat land met het oog op exploitatie exclusieve rechten over deze zeebodem en de ondergrond daarvan uitoefent;

k) produkten die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde produkten zijn vervaardigd.

2. De term "zijn schepen" in lid 1, onder f), is slechts van toepassing op schepen:

- die in het begunstigde land zijn ingeschreven of geregistreerd;

- die de vlag van het begunstigde land voeren;

- die voor minstens de helft toebehoren aan onderdanen van het begunstigde land of aan een vennootschap waarvan het hoofdkantoor zich in dat land bevindt en waarvan de bedrijfsvoerders, de voorzitter van de raad van beheer of de raad van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van dat land, en waarvan bovendien, in geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan dat land of aan openbare lichamen of onderdanen van dat land;

- waarvan de kapitein en de officieren allen onderdanen zijn van het begunstigde land, en

- waarvan de bemanning voor ten minste 75 % bestaat uit onderdanen van het begunstigde land.

3. De zinsnede "in een begunstigd land" heeft ook betrekking op de territoriale wateren van dat land.

4. Schepen waarmede op volle zee wordt gevist, met inbegrip van fabrieksschepen waarop de gevangen vis wordt be- of verwerkt, worden geacht deel uit te maken van het grondgebied van het begunstigde land waartoe zij behoren, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van lid 2.