Art. 595 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Onverminderd artikel 596, lid 3, dient de vergunninghouder bij het controlekantoor een zuiveringsafrekening in te dienen.

2. De zuiveringsafrekening bevat onder andere de volgende gegevens:

a) de verwijzing naar de vergunning;

b) de hoeveelheid, per soort, van de invoergoederen, onder verwijzing naar de aangiften tot plaatsing onder de regeling;

c) de GN-code waaronder de invoergoederen worden ingedeeld;

d) de douanewaarde van de invoergoederen en het tarief van de rechten bij invoer dat op deze goederen van toepassing is;

e) het vastgestelde opbrengstpercentage;

f) de aard, de hoeveelheid en de douanebestemming van de veredelingsprodukten, onder verwijzing naar de aangiften waarmee aan de veredelingsprodukten een douanebestemming wordt gegeven;

g) de waarde van de veredelingsprodukten, indien bij de aanzuivering gebruikt wordt gemaakt van de waardesleutel;

h) het bedrag van de verschuldigde rechten bij invoer voor de hoeveelheid invoergoederen die overeenkomstig artikel 580, lid 3, beschouwd kan worden als in het vrije verkeer te zijn gebracht;

i) de invoergoederen die in het kader van het driehoeksverkeer onder de regeling zijn geplaatst.

3. Wanneer vereenvoudigde procedures zijn toegepast bij de plaatsing onder de regeling en bij de aanzuivering van de regeling, worden de in artikel 76, lid 2, van het Wetboek bedoelde aangiften en documenten gebruikt voor de toepassing van lid 2. Uit de afrekening blijkt voorts welke hoeveelheid goederen overeenkomstig artikel 580 geacht kan worden in het vrije verkeer te zijn gebracht.