Art. 522 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Onverminderd de leden 2 en 3 zijn de gebruikelijke behandelingen die niet-communautaire goederen kunnen ondergaan in bijlage 69 vermeld.

2. Wanneer de behandeling tot gevolg kan hebben dat de behandelde goederen, wat de rechten bij invoer betreft, worden bevoordeeld ten opzichte van de onbehandelde goederen, kan deze behandeling slechts worden toegestaan op voorwaarde dat het in artikel 112, lid 2, van het Wetboek bedoelde verzoek wordt ingediend op het tijdstip waarop het verzoek om toestemming voor het verrichten van een gebruikelijke behandeling wordt ingediend.

In een dergelijk geval kan een verzoek om toepassing van gunstigere heffingsgrondslagen in een entrepot van het type D, als bedoeld in artikel 112, lid 3, van het Wetboek, niet worden ingewilligd.

3. Wanneer de behandeling tot gevolg zou hebben dat een hoger bedrag aan rechten verschuldigd wordt dan het bedrag aan rechten bij invoer dat op de goederen vóór hun behandeling van toepassing was, dient de belanghebbende af te zien van de indiening van het verzoek bedoeld in artikel 112, lid 2, van het Wetboek.

In een dergelijk geval dient de entreposeur van een entrepot van het type D afstand te doen van alle voordelen die voor hem zouden kunnen voortvloeien uit de toepassing van de heffingsgrondslagen die bij de plaatsing van de behandelde goederen onder het stelsel waren vastgesteld of als juist aangenomen.

4. Wanneer de onder het stelsel van douane-entrepots geplaatste goederen voor een andere douaneregeling dan het vrije verkeer worden aangegeven en lid 2 van toepassing is, wordt in vak 31 van de aangifte voor deze regeling een van de volgende aantekeningen aangebracht:

- Mercancías MU,

- SB varer,

- UB-Waren,

- AAìðïñaaýìáôá ÓAA,

- UFH goods,

- Marchandises MU,

- Merci MU,

- GB-goederen,

- Mercadorias MU.

Wanneer de goederen vervolgens onder een douaneregeling worden geplaatst of tijdelijk worden opgeslagen, wordt deze aantekening overgenomen op de desbetreffende documenten.

5. Wanneer goederen waarop lid 2 van toepassing is, na onder een douaneregeling te zijn geplaatst, in het vrije verkeer worden gebracht of onder een andere douaneregeling worden geplaatst die tot het ontstaan van een douaneschuld kan leiden, wordt gebruik gemaakt van het "inlichtingenblad INF 8" dat in één origineel en één kopie wordt opgemaakt op een formulier dat overeenstemt met het model en de bepalingen in bijlage 70.

De douaneautoriteiten waarbij aangifte wordt gedaan voor het vrije verkeer of tot plaatsing onder een andere douaneregeling die tot een douaneschuld kan leiden, verzoeken het controlekantoor van het douane-entrepot waar de gebruikelijke behandelingen zijn verricht door middel van een door haar afgetekend inlichtingenblad INF 8 om opgave van de soort, de douanewaarde en de hoeveelheid van de aangegeven goederen die in aanmerking hadden moeten worden genomen indien de goederen de genoemde behandelingen niet hadden ondergaan.

Het origineel van het inlichtingenblad INF 8 wordt naar het controlekantoor van het douane-entrepot gezonden, terwijl de kopie wordt bewaard door de douaneautoriteiten die vak 14 van het inlichtingenblad INF 8 hebben afgetekend. Het controlekantoor van het douane-entrepot verstrekt de in de vakken 11, 12 en 13 gevraagde gegevens, tekent vak 15 af en zendt het origineel van het inlichtingenblad INF 8 terug naar het in vak 4 vermelde douanekantoor.

6. De aangever kan om afgifte van een inlichtingenblad INF 8 verzoeken op het tijdstip van de in lid 4 bedoelde aangifte.

In dit geval verstrekt het controlekantoor de in de vakken 11, 12 en 13 gevraagde gegevens, tekent vak 15 af en overhandigt het origineel van het inlichtingenblad INF 8 aan de aangever.