Art. 521 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De inschrijving in de voorraadadministratie als bedoeld in artikel 107 van het Wetboek, van goederen die onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst in een entrepot van het type A, C of D, dient plaats te vinden op het tijdstip waarop de goederen metterdaad in het entrepot worden ingeslagen, aan de hand van de gegevens die door het controlekantoor of het overeenkomstig artikel 513, lid 2, aangewezen kantoor van plaatsing zijn erkend of toegelaten.
2. Wanneer goederen onder het stelsel worden geplaatst in een entrepot van het type E dient de in lid 1 bedoelde inschrijving plaats te vinden op het tijdstip van de aankomst van de goederen in de opslaginrichting van de vergunninghouder.
3. Wanneer het douane-entrepot tevens dienst doet als ruimte voor tijdelijke opslag in de zin van artikel 505, lid 3, dient de in lid 1 bedoelde inschrijving plaats te vinden:
- vóór het verstrijken van de overeenkomstig artikel 49 van het Wetboek vastgestelde termijn, wanneer bij overgang van de tijdelijke opslag naar het stelsel van douane-entrepots de in artikel 272 bedoelde domiciliëringsprocedure wordt toegepast;
- op het tijdstip waarop de goederen worden vrijgegeven na de indiening van de aangifte tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots, in de andere gevallen.
4. De inschrijving in de voorraadadministratie van de gegevens betreffende de aanzuivering van het stelsel dient plaats te vinden:
- uiterlijk op het tijdstip van de uitslag van de goederen uit de ruimten van het douane-entrepot, wanneer een van de vereenvoudigde procedures wordt toegepast;
- op het tijdstip waarop de goederen worden vrijgegeven na de indiening van de aangifte voor een douanebestemming, in de andere gevallen.
Onderafdeling 2
Gebruikelijke behandelingen