Art. 423 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Wanneer een vervoersbeweging buiten het douanegebied van de Gemeenschap begint en daarbinnen dient te eindigen, wordt het douanekantoor waaronder het grensstation ressorteert waarlangs het vervoer het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomt, als kantoor van vertrek aangemerkt.
Bij het kantoor van vertrek behoeft geen enkele formaliteit te worden vervuld.
2. Het douanekantoor waaronder het station van bestemming ressorteert, wordt als kantoor van bestemming aangemerkt. Wanneer de goederen echter op een tussenstation in het vrije verkeer worden gebracht of onder een andere douaneregeling worden geplaatst, wordt het douanekantoor waaronder dit station ressorteert, als kantoor van bestemming aangemerkt.
De bij artikel 421 voorgeschreven formaliteiten worden bij het kantoor van bestemming vervuld.