Art. 411 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Wanneer de ontheffing van de verplichting om de aangifte voor communautair douanevervoer op het kantoor van vertrek over te leggen betrekking heeft op goederen die zijn bestemd om, overeenkomstig de artikelen 413 tot en met 442, onder geleide van een vrachtbrief CIM of een overdrachtsformulier TR, te worden verzonden, zien de douaneautoriteiten erop toe dat het teken "T 1" of "T 2", al naar gelang van het geval, op de exemplaren nrs. 1, 2 en 3 van de vrachtbrief CIM of op de exemplaren nrs. 2, 3 A en 3 B van het overdrachtsformulier TR wordt aangebracht.
2. Wanneer de overeenkomstig de artikelen 413 tot en met 442 vervoerde goederen voor een toegelaten geadresseerde zijn bestemd, kunnen de douaneautoriteiten voorschrijven dat, in afwijking van artikel 406, lid 2, en artikel 409, lid 1, onder b), de exemplaren nrs. 2 en 3 van de vrachtbrief CIM of de exemplaren nrs. 1, 2 en 3 A van het overdrachtsformulier TR rechtstreeks door de spoorwegmaatschappij of de vervoersonderneming bij het kantoor van bestemming worden ingeleverd.
Afdeling 3
Vereenvoudiging van de formaliteiten voor goederen die per spoor worden vervoerd
Onderafdeling 1
Algemene bepalingen betreffende het vervoer per spoor