Art. 408 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. In de door de douaneautoriteiten te verlenen vergunning wordt onder meer bepaald:
a) welke kantoren als kantoren van bestemming bevoegd zijn voor de zendingen die de toegelaten geadresseerde ontvangt;
b) binnen welke termijn en op welke wijze de toegelaten geadresseerde het kantoor van bestemming van de aankomst der goederen op de hoogte brengt, zodat dit kantoor bij de aankomst der goederen eventueel een controle kan verrichten.
2. Onverminderd artikel 410 geven de douaneautoriteiten in de vergunning aan of de toegelaten geadresseerde zonder tussenkomst van het kantoor van bestemming over de goederen mag beschikken zodra deze zijn aangekomen.