Art. 386 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Het voor de formulieren van de ladingslijsten, de kennisgevingen van doorgang en de ontvangstbewijzen te gebruiken papier is zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is en weegt ten minste 40 g per m2; het is zo stevig dat het bij normaal gebruik niet scheurt of kreukt.
2. Het voor de formulieren van de bewijzen van zekerheidstelling voor een vast bedrag te gebruiken papier is houtvrij, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is en weegt ten minste 55 g per m2. Het is voorzien van een rode, geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.
3. Het voor de formulieren van de certificaten van borgtocht en de certificaten van vrijstelling van zekerheidstelling te gebruiken papier is houtvrij en weegt ten minste 100 g per m2. Het is aan beide zijden voorzien van een geguillocheerde onderdruk, die elke vervalsing met mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt. Deze onderdruk is:
- groen voor de certificaten van borgtocht;
- lichtblauw voor de certificaten inzake vrijstelling van zekerheidstelling.
4. Het in de leden 1, 2 en 3 bedoelde papier is wit. Voor de in artikel 341, lid 2, bedoelde ladingslijsten wordt de keuze van de kleur van het papier evenwel aan de belanghebbenden overgelaten.