Art. 385 Verordening (EEG) nr. 2454/93
De aangiften en de documenten voor communautair douanevervoer worden opgesteld in één van de officiële talen van de Gemeenschap die door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van vertrek wordt aanvaard. Deze bepaling is niet van toepassing op de bewijzen van forfaitaire zekerheidstelling.
De douaneautoriteiten van een andere Lid-Staat waar de aangiften en documenten dienen te worden overgelegd, kunnen, zo nodig, de vertaling in de officiële taal of in één van de officiële talen van deze Lid-Staat verlangen.
De douaneautoriteiten van de Lid-Staat waaronder het kantoor van zekerheidstelling ressorteert, bepalen in welke taal de certificaten van borgtocht worden opgesteld.
De douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de vrijstelling van de verplichting tot zekerheidstelling wordt verleend, bepalen in welke taal de certificaten inzake vrijstelling worden opgesteld.