Art. 391 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. In de door de douaneautoriteiten te verlenen vergunning wordt onder meer bepaald:
a) welk kantoor is belast met de waarmerking vooraf, in de zin van artikel 392, lid 1, onder a), van de formulieren waarop de betrokken documenten worden gesteld;
b) de wijze waarop de toegelaten afzender het gebruik van de genoemde formulieren moet rechtvaardigen.
2. De douaneautoriteiten stellen vast binnen welke termijn en op welke wijze de toegelaten afzender het bevoegde kantoor inlicht zodat dit kantoor vóór het vertrek van de goederen eventueel een controle kan verrichten.