Art. 345 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Wanneer de aangever de mogelijkheid benut ladingslijsten te gebruiken voor een zending die verschillende soorten goederen omvat, worden de vakken 15 "Land van verzending/uitvoer", 33 "Goederencode", 35 "Brutomassa (kg)", 38 "Nettomassa (kg)" en, in voorkomend geval, 44 "Bijzondere vermeldingen/Voorgelegde stukken/Certificaten en vergunningen" van het voor communautair douanevervoer gebruikte formulier onbruikbaar gemaakt en mag vak 31 "Colli en omschrijving van de goederen" van dit formulier niet worden ingevuld wat de merken, nummers, aantal en soort van de colli en de omschrijving van de goederen betreft. Bij dit formulier kunnen geen aanvullende formulieren worden gebruikt.
2. De ladingslijst wordt in evenveel exemplaren overgelegd als het formulier voor communautair douanevervoer waarop de lijst betrekking heeft.
3. Bij geldigmaking van de aangifte wordt de ladingslijst van hetzelfde nummer van geldigmaking voorzien als het formulier voor communautair douanevervoer waarop de lijst betrekking heeft. Dit nummer wordt hetzij door middel van met een stempel waarin de naam van het kantoor van vertrek voorkomt, hetzij met de hand aangebracht. In dit laatste geval wordt bij het nummer het officiële stempel van het kantoor van vertrek geplaatst.
De handtekening van een ambtenaar van het kantoor van vertrek is facultatief.
4. Indien verscheidene ladingslijsten bij een zelfde formulier voor communautair douanevervoer worden gevoegd, worden daarop door de aangever volgnummers vermeld; het aantal bijgevoegde ladingslijsten wordt in vak 4 "Ladingslijsten" van genoemd formulier vermeld.
5. Een aangifte gesteld op een formulier van het enig document waarop in het rechter deelvak van vak 1 het teken "T 1" of "T 2" is aangebracht, waarbij een of meer ladingslijsten zijn gevoegd, geldt als aangifte voor extern communautair douanevervoer respectievelijk aangifte voor intern communautair douanevervoer als bedoeld in artikel 341, lid 1, respectievelijk artikel 381.