Art. 344 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De douaneautoriteiten van elke Lid-Staat kunnen toestaan dat als ladingslijsten in de zin van artikel 341, lid 2, lijsten worden gebruikt die niet aan alle voorwaarden van de artikelen 341, lid 2, tweede alinea, en 342 voldoen.

Het gebruik van dergelijke lijsten kan slechts worden toegestaan wanneer:

a) zij worden opgesteld door ondernemingen waarvan de administratie op een geïntegreerd systeem voor elektronische of geautomatiseerde gegevensverwerking berust;

b) zij zo zijn ontworpen en ingevuld dat zij zonder moeilijkheden door de douaneautoriteiten kunnen worden gebruikt, en

c) hierop, voor elke post, het aantal, de soort, de merken en nummers van de colli, de omschrijving der goederen, het land van verzending/uitvoer alsmede de brutomassa in kilogram zijn vermeld.

2. Als ladingslijsten bedoeld in lid 1 kunnen eveneens worden gebruikt lijsten waarin de goederen zijn beschreven en die met het oog op het vervullen van de verzendings/uitvoerformaliteiten zijn opgesteld, ook indien deze lijsten zijn opgesteld door ondernemingen waarvan de administratie niet op een geïntegreerd systeem voor elektronische of geautomatiseerde gegevensverwerking berust.

3. De douaneautoriteiten van elke Lid-Staat kunnen toestaan dat de ondernemingen waarvan de administratie op een geïntegreerd systeem voor elektronische of geautomatiseerde gegevensverwerking berust en die op grond van de leden 1 en 2 reeds van lijsten van een speciaal model gebruik mogen maken, deze lijsten eveneens gebruiken voor communautair douanevervoer dat slechts op een enkele soort goederen betrekking heeft, voor zover zulks met het oog op de automatiseringsprogramma's van de betrokken ondernemingen noodzakelijk is.