Art. 270 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Het in artikel 269, lid 1, bedoelde verzoek dient schriftelijk te worden ingediend en alle gegevens te bevatten die nodig zijn om de vergunning te kunnen verlenen.
Wanneer de omstandigheden dit toelaten, kan het in artikel 269, lid 1, bedoelde verzoek worden vervangen door een globale aanvraag met betrekking tot de in een bepaalde periode te verrichten handelingen.
In dat geval dient die aanvraag te worden gedaan overeenkomstig de in de artikelen 497 tot en met 502 vastgestelde voorwaarden en te worden ingediend, samen met de aanvraag voor een vergunning tot het beheren van een douane-entrepot of in de vorm van een wijziging van de oorspronkelijke vergunning, bij de douaneautoriteit die de vergunning voor het stelsel heeft verleend.
2. De in artikel 269, lid 1, bedoelde vergunning wordt de belanghebbende verleend voor zover dit geen invloed heeft op de regelmatigheid van de verrichtingen.
3. De vergunning wordt in beginsel geweigerd wanneer:
- niet alle nodige garanties worden geboden voor een goed verloop van de verrichtingen;
- de belanghebbende niet veelvuldig goederen onder het stelsel plaatst;
- de belanghebbende een ernstige inbreuk heeft gepleegd of herhaaldelijk inbreuken heeft gepleegd op de douanewetgeving.
4. Onverminderd artikel 9 van het Wetboek kan de vergunning worden ingetrokken wanneer de in lid 3 bedoelde gevallen zich voordoen.