Art. 273 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Ten einde de douaneautoriteiten in staat te stellen de regelmatigheid van de verrichtingen te controleren, dient de vergunninghouder, zodra de goederen in de daartoe aangewezen ruimten zijn aangekomen:

a) deze aankomst bij het controlekantoor te melden binnen de termijn en op de wijze als door dit kantoor bepaald;

b) de goederen in te schrijven in de voorraadadministratie;

c) alle documenten met betrekking tot de plaatsing van de goederen onder het stelsel ter beschikking te houden van het controlekantoor.

De onder b) bedoelde inschrijving dient ten minste enkele gegevens te bevatten die in de handelspraktijk gebruikt worden ter identificatie van de goederen, hun hoeveelheid daaronder begrepen.

2. Artikel 266, lid 2, is van toepassing.