Art. 128 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven op schriftelijk verzoek van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger. Dit verzoek wordt gesteld op een formulier dat overeenstemt met het model in bijlage 21 en dat overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling wordt ingevuld.

Verzoeken om certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat of begunstigde republiek van uitvoer gedurende ten minste twee jaar bewaard.

2. Artikel 106, lid 2, is van toepassing.

3. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt slechts afgegeven wanneer het als bewijsstuk kan dienen voor de toepassing van de in artikel 120 bedoelde tariefpreferenties.

4. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat of begunstigde republiek van uitvoer, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als produkten van oorsprong in de zin van deze afdeling.

5. Wanneer de goederen als "produkten van oorsprong" kunnen worden beschouwd in de zin van artikel 120, punt 1, onder b), laatste zin, of punt 2, onder b), laatste zin, wordt het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgegeven na overlegging van bewijsstukken ten aanzien van de oorsprong die eerder werden afgegeven of opgesteld. Dit bewijs van de oorsprong wordt gedurende ten minste twee jaar door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat of begunstigde republiek van uitvoer bewaard.

6. Aangezien het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 het bewijsstuk vormt voor de toepassing van de in artikel 120 bedoelde tariefpreferenties, nemen de douaneautoriteiten van de Lid-Staat of begunstigde republiek van uitvoer de nodige maatregelen om de oorsprong van de goederen en de overige vermeldingen op het certificaat te controleren.

7. Ten einde na te gaan of aan de in de leden 4 en 5 genoemde voorwaarden is voldaan, kunnen de douaneautoriteiten van de Lid-Staat of begunstigde republiek van uitvoer alle bewijsstukken opvragen en iedere controle verrichten die zij nuttig achten.

8. De douaneautoriteiten van de Lid-Staat of begunstigde republiek van uitvoer zien erop toe dat het in artikel 127 bedoelde formulier volledig en juist is ingevuld. Zij gaan in het bijzonder na of het vak voor de omschrijving van de produkten zodanig is ingevuld dat het niet mogelijk is hieraan op frauduleuze wijze iets toe te voegen. Derhalve mogen bij de omschrijving van de goederen geen regels worden opengelaten. Wanneer het vak niet geheel is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale streep getrokken en het niet ingevulde gedeelte doorgekruist.

9. De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt vermeld in dat deel van het certificaat dat bestemd is voor de douaneautoriteiten.

10. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat of begunstigde republiek van uitvoer afgegeven wanneer de produkten waarop het betrekking heeft, worden uitgevoerd. Het wordt ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat deze zullen worden uitgevoerd.

11. In het geval van de Republiek Bosnië-Herzegovina en het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wordt onder "douaneautoriteiten" in dit artikel en hierna verstaan de Economiekamers, zolang de Economiekamers in deze republieken de desbetreffende functie vervullen.