Art. 111 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Op produkten die vanuit de Bezette Gebieden naar een tentoonstelling in een ander land worden gezonden en die na de tentoonstelling voor invoer in de Gemeenschap worden verkocht, zijn bij invoer de in artikel 98 bedoelde tariefpreferenties van toepassing, voor zover de produkten aan de voorwaarden van deze onderafdeling voldoen om te worden beschouwd als produkten van oorsprong uit de Bezette Gebieden en voor zover ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:
a) een exporteur deze produkten vanuit de Bezette Gebieden naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en deze daar heeft tentoongesteld;
b) de exporteur de produkten heeft verkocht of overgedragen aan een geadresseerde in de Gemeenschap;
c) de produkten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan naar de Gemeenschap zijn verzonden;
d) de produkten, vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan vertoning op de tentoonstelling.
2. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt op de gebruikelijke wijze bij de douaneautoriteiten overgelegd. Naam en adres van de tentoonstelling dienen erop te zijn vermeld. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden gevraagd ten aanzien van de aard van de produkten en de omstandigheden waaronder zij werden tentoongesteld.
3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, jaarbeurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter, andere dan die welke voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten worden gehouden met het oog op de verkoop van buitenlandse produkten, gedurende welke evenementen de produkten onder douanetoezicht blijven.