Art. 106 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven op schriftelijk verzoek van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger. Dit verzoek wordt gesteld op een formulier dat overeenstemt met het model dat in bijlage 21 is opgenomen en dat overeenkomstig de bepalingen van deze onderafdeling wordt ingevuld.
Verzoeken om certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden door de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden gedurende ten minste twee jaar bewaard.
2. De exporteur of zijn vertegenwoordiger voegt bij zijn verzoek alle stukken waarmede kan worden aangetoond dat de uit te voeren produkten in aanmerking komen voor de afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.
Hij verbindt zich ertoe op verzoek van de bevoegde autoriteiten alle nadere bewijsstukken over te leggen die deze nodig achten om te kunnen vaststellen dat de voor de preferentiële behandeling in aanmerking komende produkten inderdaad van oorsprong zijn, en verbindt zich er tevens toe in te stemmen met iedere controle door voornoemde autoriteiten van zijn boekhouding en de wijze waarop de produkten zijn verkregen.
3. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt slechts afgegeven wanneer het als bewijsstuk kan dienen voor de toepassing van de in artikel 98 bedoelde tariefpreferenties.
4. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden of de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als produkten van oorsprong in de zin van deze afdeling.
5. Aangezien het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 het bewijsstuk vormt voor de toepassing van de vastgestelde preferentiële behandeling, nemen de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden of de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer de nodige maatregelen om de oorsprong van de goederen en de overige vermeldingen op het certificaat te controleren.
6. Ten einde na te gaan of aan de in de lid 4 genoemde voorwaarden is voldaan, kunnen de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden of de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer alle bewijsstukken opvragen en iedere controle verrichten die zij nuttig achten.
7. De Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden of de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer zien erop toe dat het in lid 1 bedoelde formulier volledig en juist is ingevuld. Zij gaan in het bijzonder na of het vak voor de omschrijving van de goederen zodanig is ingevuld dat het niet mogelijk is hieraan op frauduleuze wijze iets toe te voegen. Derhalve mogen bij de omschrijving van de goederen geen regels worden opengelaten. Wanneer het vak niet geheel is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale streep getrokken en het niet ingevulde gedeelte doorgekruist.
8. De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt vermeld in dat deel van het certificaat dat bestemd is voor de douaneautoriteiten.
9. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden of de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van uitvoer afgegeven wanneer de goederen waarop het betrekking heeft, worden uitgevoerd. Het wordt ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat zij zullen worden uitgevoerd.