Art. 110 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 moet binnen vijf maanden na afgifte door de Kamers van Koophandel van de Bezette Gebieden worden overgelegd bij de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de goederen worden aangebracht.
2. Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 die na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn bij de douaneautoriteiten van de Lid-Staat worden overgelegd, kunnen worden aanvaard met het oog op de toepassing van de preferentiële regeling, wanneer de te late indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.
3. In andere gevallen van te late indiening kunnen de douaneautoriteiten van de Lid-Staat van invoer het certificaat aanvaarden wanneer de produkten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangeboden.