Art. 53 Verordening (EEG) nr. 2309/93

Verordening (EEG) nr. 2309/93

1. Wanneer het Comité voor farmaceutische specialiteiten of het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn een geneesmiddel moet beoordelen, wijst het Comité een van zijn leden aan als rapporteur, die met de coördinatie van deze beoordeling wordt belast; daarbij houdt het Comité rekening met een eventueel voorstel van de aanvrager met betrekking tot de keuze van een rapporteur. Het Comité mag een tweede lid als co-rapporteur aanwijzen.

Het Comité zorgt ervoor dat al zijn leden de gelegenheid krijgen als rapporteur of als co-rapporteur op te treden.

2. De Lid-Staten zenden het Bureau een lijst van deskundigen die aantoonbare ervaring op het gebied van de geneesmiddelenbeoordeling bezitten en beschikbaar zijn om zitting te nemen in de werkgroepen of deskundigengroepen van het Comité voor farmaceutische specialiteiten of het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, samen met een overzicht van hun bekwaamheden en specialismen.

Deze lijst wordt zo nodig bijgewerkt.

3. Voor de door rapporteurs of deskundigen te verrichten diensten wordt een schriftelijke overeenkomst tussen het Bureau en de betrokkene of in voorkomend geval tussen het Bureau en de werkgever van de betrokkene gesloten. De betrokkene of diens werkgever wordt betaald volgens een vaste schaal die in het door de raad van beheer vast te stellen financieel reglement wordt opgenomen.

4. Op voorstel van het Comité voor farmaceutische specialiteiten of het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik kan het Bureau voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van een andere specifieke taak van het Bureau ook een beroep doen op de diensten van rapporteurs of deskundigen.