Art. 13 Verordening (EEG) nr. 404/93
1. Er wordt een eenmalige premie toegekend aan bananentelers in de Gemeenschap die de bananenteelt beëindigen.
2. De premie wordt toegekend op voorwaarde dat de betrokkene een schriftelijke verbintenis aangaat om
a) in 1993 of in 1994, ineens en tijdens een nader te bepalen periode,
- alle bananebomen op zijn bedrijf te rooien of te laten rooien, wanneer het bananenareaal van dat bedrijf kleiner is dan 5 ha,
- minstens de helft van de bananebomen op zijn bedrijf te rooien of te laten rooien, als het bananenareaal op zijn bedrijf 5 ha of meer bedraagt;
b) op het betrokken bedrijf gedurende twintig jaar na het jaar van rooiing geen bananebomen aan te planten.
Percelen die na de inwerkingtreding van deze verordening met bananebomen zijn beplant en percelen van minder dan 0,2 ha komen niet in aanmerking voor de premie.
3. De premie bedraagt 1 000 ecu/ha. Dit bedrag kan volgens de procedure van artikel 27 worden gedifferentieerd naar gelang van de specifieke omstandigheden in bepaalde gebieden.
4. De Commissie kan een Lid-Staat volgens de procedure van artikel 27 machtigen om bananentelers in gebieden waar het verdwijnen van de bananenteelt schadelijk zou zijn voor de instandhouding van het microklimaat of de bodem alsmede voor het milieu of het landschap, van de beëindigingspremie uit te sluiten.
5. Toekenning van deze premie is verenigbaar met toekenning van de steun op grond van titel III van Verordening (EEG) nr. 3763/91 (6), titel II van Verordening (EEG) nr. 1600/92 (7) en titel III van Verordening (EEG) nr. 1601/92 (8), en de steun voor structuurmaatregelen op grond van de Verordening (EEG) nr. 2052/88 (9) en (EEG) nr. 4253/88 (10).