Art. 5 Richtlijn 93/67/EEG
Risicobeoordeling: milieu 1. Voor elke stof die is aangegeven overeenkomstig artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 1, of artikel 8, lid 2, van Richtlijn 67/548/EEG voert de bevoegde instantie een risicobeoordeling uit met betrekking tot de milieu-effecten van de stof, waarvan het eerste onderdeel een omschrijving van de gevaren is. Nadat zij de gevaren heeft omschreven, verricht de bevoegde instantie de volgende reeks van taken uit overeenkomstig de richtsnoeren van bijlage III:
a) i) zo nodig, evaluatie van de dosis-respons- (of concentratie-effect-)relatie;
ii) evaluatie van de blootstelling van de milieucompartimenten (namelijk het aquatische milieu, het terrestrische milieu en de atmosfeer) die de kans lopen aan de stof te worden blootgesteld;
b) karakterisering van het risico.
2. In afwijking van lid 1 geldt het volgende:
i) voor stoffen die zijn aangegeven overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG maar die niet als gevaarlijk voor het milieu zijn ingedeeld, hoeft de risicobeoordeling niet de in lid 1, onder a) en b), bedoelde taken te omvatten en is de in artikel 3, lid 4, punt i), genoemde conclusie van toepassing tenzij er andere goede redenen tot bezorgdheid zijn;
en
ii) voor stoffen die zijn aangegeven overeenkomstig artikel 8, lid 1, of artikel 8, lid 2, van Richtlijn 67/548/EEG moet er, indien er onvoldoende gegevens zijn om te bepalen of zij als gevaarlijk voor het milieu dienen te worden ingedeeld, bij de omschrijving van de gevaren worden nagegaan of er op basis van andere gegevens, bij voorbeeld gegevens over fysisch-chemische en toxische eigenschappen, goede redenen tot bezorgdheid met betrekking tot milieu-effecten bestaan. Tenzij dergelijke goede redenen voorhanden zijn, hoeft de risicobeoordeling niet de in lid 1, onder a) en b), bedoelde taken te omvatten en is de in artikel 3, lid 4, punt i), genoemde conclusie van toepassing.